Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/7.3.c
7.3.c Toegangsweigeringsvoorwaarden: niet tot cassatie kunnen leiden
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS610737:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 11 september 2012, NJ 2013/241, NJ 2013/242, NJ 2013/243, NJ 2013/244, r.o. 2.3.2; HR 7 juni 2016, NJ 2016/430, r.o. 2.3.1; zie bijv. HR 28 februari 2017, ECLI:321.
HR 11 september 2012, NJ 2013/241, NJ 2013/242, NJ 2013/243, NJ 2013/244, r.o. 2.3.1-2.3.2; HR 7 juni 2016, NJ 2016/430, r.o. 2.3.1-2.3.2; in het overzichtsarrest van 7 juni 2016, NJ 2016/430 wordt in r.o. 2.3.2. aan deze categorie opmerkelijk genoeg in elk geval één voorbeeld toegevoegd dat in de betreffende uitspraak zelf met een ‘onvoldoende belang’-redenering is afgedaan (HR 29 maart 2016, ECLI:516) en twee voorbeelden waarin over de precieze 80a-redenering gelet op de betreffende uitspraken twijfel mogelijk is (HR 14 januari 2014, ECLI:59; HR 12 mei 2015, ECLI:1238). Wellicht signaleert dit dat de ‘niet tot cassatie kunnen leiden’-maatstaf en de ‘onvoldoende belang’-maatstaf elkaar (tot op zekere hoogte) overlappen.
HR 12 februari 2013, ECLI:BZ1897.
Van Dorst 2015, p. 210-212.
Van Schendel 2007, p. 134-135; Hielkema 2007, p. 138-140; zie, gelet op de conclusie, aldus kennelijk HR 26 maart 2013, ECLI:BZ5414; HR 9 april 2013, ECLI:BZ6523; HR 2 juli 2013, ECLI:115; HR 3 september 2013, ECLI:827; HR 26 augustus 2014, ECLI:2479; HR 4 november 2014, ECLI:1933; dit gebeurt soms ook uitdrukkelijk, zie HR 14 januari 2014, ECLI:59; HR 2 december 2014, ECLI:3476; HR 3 november 2015, ECLI:3204; HR 2 februari 2016, ECLI:170; soms ook zonder toepassing van art. 80a RO, zie bijv. HR 31 maart 2015, ECLI:803.
Indien geen van de voorgestelde middelen tot vernietiging in cassatie kan leiden, kan het beroep in zijn geheel niet-ontvankelijk worden verklaard op grond van artikel 80a RO. Van klachten die niet tot cassatie kunnen leiden is volgens de overzichtsarresten in elk geval sprake indien deze klachten ten eerste de kenmerken van het rechtsmiddel cassatie miskennen of indien ten tweede geen cassatiegrond van toepassing is.
Het rechtsmiddel cassatie heeft enkele bijzondere kenmerken die doorwerken in de toepassing van artikel 80a RO. Ten eerste is de controle in cassatie vooral gericht op juridische en gemengde beslissingen, feitelijke beslissingen worden enkel op (volstrekte on)begrijpelijkheid getoetst. Ten tweede stelt de Hoge Raad niet zelfstandig nieuwe feiten vast. En ten derde is de toetsing in cassatie sterk afhankelijk van de middelen die door partijen worden aangedragen. Scherp geformuleerd wordt niet primair de bestreden uitspraak gecontroleerd, maar beoordeelt de Hoge Raad de gegrondheid van de cassatiemiddelen – behoudens ambtshalve cassatie. Een cassatieberoep dat volledig steunt op bezwaren die deze beperkingen van de cassatierechtspraak miskennen, wordt gewoonlijk verworpen, maar komt volgens de overzichtsarresten voor toepassing van artikel 80a RO in aanmerking omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.1 Vermeld worden onder meer klachten die enkel vertogen van feitelijke aard behelzen, klachten die feitelijke grondslag missen of klachten die de selectie- en waarderingsvrijheid van de feitenrechter met betrekking tot de bewijsvoering en de straftoemeting miskennen.
Artikel 80a RO kan ten tweede worden toegepast als de middelen ongegrond zijn. De overzichtsarresten benoemen bijvoorbeeld als evident kansloos, klachten die eisen stellen die het recht niet kent, klachten die berusten op een verkeerde lezing van de bestreden uitspraak, of klachten die opkomen tegen een geenszins onbegrijpelijk feitelijk oordeel dan wel geenszins onbegrijpelijke motivering van de afwijzing van verweren of verzoeken.2 Kernachtig geformuleerd gaat het om gevallen waarin de bestreden uitspraak zelf alsook de totstandkoming en motivering ervan onjuist noch onbegrijpelijk zijn. Daaraan kunnen volgens mij worden toegevoegd klachten die weliswaar terecht een fout aanstippen, maar waarbij de insteller van het middel geen rechtens te respecteren belang heeft (Schutznorm).3 Ook dit soort klachten leidt gewoonlijk niet tot cassatie.4
De ‘niet tot cassatie kunnen leiden’-maatstaf maakt van artikel 80a RO een inhoudelijke toegangsvoorwaarde. Of toegang tot cassatie kan worden verkregen, hangt af van de kans van slagen van het beroep. Hoort een beroep überhaupt in cassatie niet thuis, of is geen cassatiegrond van toepassing, dan kan dat beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit geldt ook voor gevallen waarin de verwerping van het beroep wordt gebaseerd op verbeterde of ‘aangeklede’ lezing van de bestreden uitspraak. In deze gevallen legt de Hoge Raad de tekst van de bestreden uitspraak verbeterd uit, waardoor bijvoorbeeld aan een middel de feitelijke grondslag ontvalt omdat in de verbeterde lezing wel degelijk op een verweer is gereageerd.5