Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/I.3.5.1:I.3.5.1 Inleidend
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/I.3.5.1
I.3.5.1 Inleidend
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS624608:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Fischer 1951 die voor de geschiedenis van het testament ook te rade gaat bij de uitgebreidere buitenlandse literatuur (zie voetnoot 1 van zijn opstel) omdat ‘die geschiedenis in Nederland en in de ons omringende landen is beïnvloed door dezelfde factoren en derhalve zo hier als daar ongeveer hetzelfde verloop heeft gehad.’
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het hierboven verrichte speurwerk naar de herkomst van der Grundsatz der materiellen Höchstpersönlichkeit1 en rechtvaardiging van § 2065 II BGB zal in deze paragraaf als basis dienen voor het antwoord op de vraag die ik in paragraaf 3.1 stelde: ligt in het hoogstpersoonlijk karakter van de uiterste wilsbeschikking, zoals dat tot uitdrukking komt in art. 4:42 lid 3 BW (‘Een uiterste wilsbeschikking kan alleen bij uiterste wil en slechts door de erflater persoonlijk worden gemaakt en herroepen’), een materieel aspect besloten dat een delegatieverbod inhoudt?