Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.2.3.2.2:3.2.3.2.2 Verzachting bij de wet van 1863
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.2.3.2.2
3.2.3.2.2 Verzachting bij de wet van 1863
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS442491:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Demaison (1868), p. 145, Alauzet (1868), nr. 323, Bédarride (1878), nr. 244quinto, Auvray (1880), p. 45, Lyon-Caen & Renault (1892), nr. 502, Potu (1910), p. 135 en p. 272-273.
Alauzet (1868), nr. 323.
Loi qui modifie les art. 27 et 28 du Code de commerce (du 6 mai 1863, promulguée le 9 mai 1863).
Alauzet (1868), nr. 323, Demaison (1868), p. 146, Auvray (1880), p. 45, Potu (1910), p. 273.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het bijzonder de regel dat een overtreding van het bestuursverbod zonder enige mogelijkheid tot rechterlijke matiging of nuancering een in de tijd ongelimiteerde en zich jegens alle vennootschapscrediteuren uitstrekkende aansprakelijkheid met zich bracht, werd als disproportioneel en daarmee ongewenst gezien.1 Daarbij kwam dat het gebruik van de rechtsvorm van de société en commandite in de praktijk sterk terugliep. De wetgever vreesde dat dit te wijten was aan deze onwrikbare aansprakelijkheidsregel.2 Met het oog daarop werd bij wet van 6 mei 1863,3 waarbij zoals hierboven beschreven ook art. 27 werd gewijzigd, ook art. 28 aangepast. Het luidde na wijziging als volgt:
‘Article 28:
En cas de contravention à la prohibition mentionnée dans l’article précédent, l’associé commanditaire est obligé, solidairement avec les associés en nom collectif pour les dettes et engagements de la société qui dérivent des actes de gestion qu’ il a faits, et il peut, suivant le nombre ou la gravité de ces actes, être déclaré solidairement obligé pour tous les engagements de la société ou pour quelques-uns seulement.’
Dit nieuwe stelsel bevatte verschillende lagen. In eerste instantie was de aansprakelijkheid van de bedrijvige commanditair in die zin verlicht dat zij was beperkt tot schulden en verbintenissen die door zijn handelen waren ontstaan. Ten aanzien hiervan had de rechter geen discretionaire bevoegdheid (‘est obligé’). De rechter kon evenwel verder gaan (‘peut être déclaré’) en de bedrijvige commanditair aansprakelijk houden voor andere vennootschapsschulden dan die door zijn toedoen waren ontstaan. Of de rechter daartoe over zou gaan was afhankelijk van het aantal en het gewicht van de door de commanditair verrichte bestuurshandelingen. Daarbij had de rechter de keuze de bedrijvige commanditair aansprakelijk te houden voor alle vennootschapsschulden of slechts voor een aantal daarvan.4