Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/5.5.5
5.5.5 Waarom ‘onpartijdige’ deskundigen in het nadeelcompensatierecht?
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702014:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 8 oktober 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:1008JUD007721212, AB 2016/167 (Korošec/Slovenië); EHRM 17 november 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:1117DEC002627512, RSV 2016/28 (Spycher/Zwitserland); EHRM 3 mei 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:0503 JUD000718311 (Letinčić/Kroatië); EHRM 23 mei 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0523 JUD005693513 (Krunoslava Zovko/Kroatië); EHRM 22 mei 2018, ECLI:CE:ECHR:2018:0522JUD002862115, AB 2019/71 (Devinar/Slovenië). Zie ook: Verburg, JBPlus 2019/3.
ABRvS 7 augustus 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE6228, AB 2003/3.
Fiscale Encyclopedie De Vakstudie Algemeen Deel,art. 2:4 Awb, aant. 3.2, Deventer: Wolters Kluwer. Zie ook: ABRvS 22 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0667 (Laarbeek). Ook in de literatuur wordt die gedachte breed gedragen, zie: Ouwehand 2019, p. 17; Schreuder-Vlasblom 2017, p. 713.
Voor nadeelcompensatiedeskundigen, benoemd in de bestuurlijke besluitvormingsprocedure, vloeit de onpartijdigheidseis – naast dat die ook hier voortvloeit uit de rechtspraak van het EHRM1 – voort uit art. 2:4 lid 2 Awb. In art. 2:4 lid 1 Awb wordt in het algemeen de plicht op ieder bestuursorgaan gelegd om zijn taak zonder vooringenomenheid te vervullen. Die verplichting wordt in het tweede lid doorgetrokken naar personen die in een positie verkeren waarin zij invloed kunnen uitoefenen op de besluitvorming. Art. 2:4 lid 2 Awb luidt:
“Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.”
Het is opvallend dat het tweede lid zich niet richt tot de deskundige zelf, maar tot het met de besluitvorming belaste bestuursorgaan. Aan het betrokken bestuursorgaan wordt, met andere woorden, de zorgplicht opgelegd om te voorkomen dat door vermenging van persoonlijke en bestuurlijke belangen de besluitvorming niet langer voldoet aan de in lid 1 neergelegde norm (het verbod op vooringenomenheid/gebod van onpartijdigheid).2 Ook de schijn van partijdigheid dient daarbij te worden voorkomen.3
Externe (onafhankelijke) deskundigen – zoals nadeelcompensatie- en planschadeadviseurs – vallen nadrukkelijk onder het bereik van genoemd artikel.4 Het is het met de aanvraag om compensatie belaste bestuursorgaan dat ervoor moet waken dat de ingeschakelde (plan)schadeadviseur(s) vooringenomen zijn of de objectief gerechtvaardigde schijn daartoe wekken.