Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.1:2.1 Inleiding
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957939:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de juridische literatuur komt met enige regelmaat aan de orde waarom men tot het beheer van familievermogen overgaat.1 Dit wordt in dit onderzoek een ‘motief’ genoemd om tot beheer over te gaan. Het uitgangspunt in dit onderzoek is dat het motief van invloed is op de uiteindelijke keuze voor en inhoud van een bepaalde beheerstructuur.
Er is niet eerder in kaart gebracht welke motieven een rol kunnen spelen bij het beheer van familievermogen. Omdat het motief van invloed is op de beheerstructuur, is het van belang een indicatie te krijgen van de motieven om tot beheer van familievermogen over te gaan. Om deze indicatie te verkrijgen is gebruikgemaakt van de onderzoeksmethode van empirisch onderzoek door middel van semigestructureerde interviews. Binnen het kwalitatief onderzoek is veel diversiteit. In dit onderzoek is sprake van de interpretatieve variant van kwalitatief onderzoek waarbinnen is gekozen voor de gefundeerde theoriebenadering (grounded theory approach).2 In dit onderzoek wordt niet ingegaan op de vraag wat de achtergrond van bepaalde motieven is. Het doel is enkel een indicatie te krijgen welke motieven er zijn.
Naast het verkrijgen van een indicatie ten aanzien van de motieven voor beheer, zijn de interviews ook gebruikt om een indicatie te krijgen van de beheerstructuren die in de praktijk voorkomen en eventuele uitvoeringsproblemen die spelen bij een specifieke beheerstructuur. Allereerst is deze informatie bedoeld ter indicatie in hoeverre certificering van vermogen wordt genoemd en welke andere beheerstructuren worden gebruikt. Daarnaast dragen mogelijke uitvoeringsproblemen bij aan het vergaren van kennis over welke elementen een beheerstructuur moet bevatten om geschikt te zijn voor het beheer van familievermogen.
Er wordt in dit onderzoek alleen gekeken naar motieven die rechthebbenden van vermogen hebben om tot beheer over te gaan. Er bestaan uiteraard ook motieven om juist niet tot het beheer van het vermogen over te gaan. Die motieven vallen buiten het bereik van dit onderzoek.
In dit hoofdstuk wordt, zoals gezegd, een indicatie gegeven van beheerstructuren die in de praktijk worden gebruikt. De juridische inhoud van deze beheerstructuren wordt in dit hoofdstuk kort toegelicht voor zover dat later in het onderzoek niet gebeurt.
Paragraaf 2.2 is gewijd aan de methode die voor dit onderzoek is gebruikt. De resultaten worden in de paragrafen 2.3 tot en met 2.6 beschreven en het hoofdstuk sluit af met een conclusie.