Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.4:2.4 Gebruikte civielrechtelijke beheerstructuren
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.4
2.4 Gebruikte civielrechtelijke beheerstructuren
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957883:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een omschrijving van het familiestatuut bijvoorbeeld Tervoort 2017, paragraaf 1.5 en Kronenburg – de Jonge 2017, p. 88-89.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf is uiteengezet welke motieven er zijn om over te gaan tot beheer van familievermogen. In deze paragraaf staan de gebruikte civielrechtelijke beheerstructuren centraal. Allereerst wordt in kaart gebracht welke beheerstructuren in de praktijk worden ingezet op basis van de resultaten uit de interviews. Daarnaast is gekeken welke beheerstructuren voor welke motieven worden ingezet. Ook is gekeken naar de verbanden tussen beheerstructuren en de specifieke vermogensbestanddelen. In sommige gevallen is dit laatste overigens een vrij open deur. Erfpacht kan alleen maar worden ingezet bij onroerende zaken, waardoor erfpacht enkel bij landgoederen naar voren komt. In bijlage I.a tot en met I.c is een overzicht opgenomen van de motieven in combinatie met de beheerstructuren en de specifieke vermogensbestanddelen in combinatie met de beheerstructuren.
Op de vraag welke beheerstructuren worden gebruikt voor het beheer van familievermogen, komt een aantal rechtsfiguren duidelijk naar voren. Dit betreffen de rechtspersonen BV en stichting, de overeenkomst van certificering (meestal samen genoemd met een stak), bewind, vruchtgebruik en de tweetrapsmaking.
In de interviews komen ook met enige regelmaat buitenlandse civielrechtelijke figuren naar voren. Dit zijn onder andere de (Guernsey en Jersey) trust, de stichting particulier fonds (hierna: SPF) op Curaçao en de Liechtensteinse stiftung. Op deze figuren wordt hier niet verder ingegaan.
Ook worden de termen fonds voor gemene rekening, afgezonderd particulier vermogen (hierna: APV) en vrijgestelde beleggingsinstelling (hierna: VBI) gebruikt. De APV en VBI zijn definities uit fiscale wetgeving die niet verwijzen naar een specifieke civielrechtelijke figuur. De APV en VBI zullen in dit onderzoek alleen besproken worden voor zover dat in het kader van de motieven om tot beheer over te gaan en de verschillende vermogensbestanddelen relevant is. Ze worden niet besproken in het kader van de gebruikte civielrechtelijke figuren. Ook het fonds voor gemene rekening is een fiscaalrechtelijk begrip dat geen vaste civielrechtelijke structuur kent. Toch is ervoor gekozen om deze beheerstructuur wel te bespreken. Dit is gedaan, omdat het bij de bespreking van beleggingsportefeuilles consequent als gebruikte beheerstructuur werd genoemd.
Tot slot van deze inleiding wordt nog het familiestatuut genoemd. Het familiestatuut wordt meerdere malen genoemd door de respondenten in het kader van beheer van familievermogen. Het familiestatuut wordt gebruikt om ideeën en soms ook afspraken in vast te leggen over het voortbestaan van, meestal, het familiebedrijf.1 Een van de estate planners omschrijft het als “een soort grondwet voor het samenzijn van de familie”. Daarnaast wordt genoemd dat het een middel is om de betrokkenheid van met name de economisch gerechtigden bij het vermogen te stimuleren. Er bestaat geen eenduidigheid over het al dan niet toekennen van een civielrechtelijke stempel aan het familiestatuut. Door sommige respondenten wordt aangegeven dat het familiestatuut vanuit civielrechtelijk oogpunt een overeenkomst is. Anderen merken op dat het familiestatuut of onderdelen daarvan een overeenkomst kunnen inhouden, maar dat dat niet noodzakelijk is. Ook wordt aan de ene kant genoemd dat het familiestatuut als een intentieverklaring moet worden opgevat, terwijl ook de opmerking wordt gemaakt dat het familiestatuut het niveau van een intentieverklaring overstijgt. Er wordt meerdere malen opgemerkt dat het familiestatuut alleen niet volstaat om aan de motieven voor het beheer van familievermogen te kunnen voldoen. Omdat het familiestatuut niet kan worden gezien als een civielrechtelijke beheerstructuur, wordt er in dit onderzoek geen verdere aandacht aan besteed.
Hierna worden eerst de beheerstructuren besproken die het meest naar voren kwamen in de interviews. Daarna zullen kort de overige beheerstructuren worden besproken. Op het moment dat een bepaalde beheerstructuur vaker samen met een specifiek motief of een specifiek vermogensbestanddeel werd genoemd, zal dat ook vermeld worden.
2.4.1 Overeenkomst van opdracht aangevuld met volmacht2.4.2 Commanditaire vennootschap2.4.3 Besloten Vennootschap (BV)2.4.4 Stichting2.4.5 Certificering (in combinatie met een stichting administratiekantoor)2.4.6 Fonds voor gemene rekening2.4.7 Bewind2.4.8 Vruchtgebruik2.4.9 Voorwaardelijke makingen en voorwaardelijke schenkingen, waaronder tweetrapsmakingen en -schenkingen2.4.10 Gemeenschap2.4.11 Erfpacht en opstal2.4.12 Overige genoemde beheerstructuren