Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.2:2.2 Methode
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.2
2.2 Methode
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957956:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Clark, Foster, Sloan & Bryman 2021, p. 425-427.
Dit betrof een doelgerichte steekproef waarbij gebruik is gemaakt van een theoretische selectie (theoretical sampling). Boeije en Bleijenbergh 2023, p. 57-58. Er is gekozen voor adviseurs uit elk van de onderzoeksgroepen.
Kamp, Kuijpers en Kil 2014, p. 259-261. Zie hierna ook paragraaf 2.6.1.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bedoeling van dit onderzoek is om een indicatie te krijgen van de mogelijke motieven die spelen bij beheer van familievermogen. Er is gekozen voor kwalitatief empirisch onderzoek in de vorm van semigestructureerde interviews.1 Om zoveel mogelijk verschillende motieven te kunnen achterhalen bij de groep geïnterviewden is gekozen voor experts interviews, namelijk professionals die families ondersteunen bij het beheer van vermogen. Deze experts zijn onderverdeeld in drie groepen, te weten notarissen (zes experts), estate-planners (zes experts) en overige adviseurs (negen experts). Voor de eerste twee groepen geïnterviewde personen is gekozen, omdat zij in beginsel alle soorten vermogensbestanddelen in hun dagelijkse praktijk kunnen tegenkomen. Bij het benaderen van de notarissen is gekeken naar notarissen die estate planning als hun specialisatie beschouwen. Met betrekking tot de estate planners is een keuze gemaakt voor het benaderen van drie estate planners binnen de vier grootste accountantskantoren van Nederland en het benaderen van drie estate planners bij Nederlandse banken. Dit is gedaan om een zo breed mogelijk bereik binnen de adviseurs op het gebied van estate planning te krijgen.
De groep van overige adviseurs bestaat uit personen die expertise hebben in het adviseren over beheer van familiebedrijven, landgoederen en/of kunstcollecties. Voor de adviseurs die zich voornamelijk bezighouden met familiebedrijven is gekozen voor drie personen die in Nederland bekend staan om hun expertise op dit gebied en in sommige gevallen werkzaam zijn bij een zogeheten family office. Als adviseur op het gebied van landgoederen zijn drie rentmeesters benaderd. Het vinden van adviseurs die zich specifiek met het beheer van kunstcollecties in de zin van dit onderzoek bezighouden, bleek niet eenvoudig. Voor deze adviseurs is uiteindelijk de sneeuwbalmethode gebruikt. De adviseur bij wie als eerste het interview is afgenomen heeft namen ter beschikking gesteld van mogelijke andere deskundigen. Vanuit die lijst met namen zijn de andere twee adviseurs benaderd.
Er is gestart met zeven inventariserende interviews.2 Deze respondenten zijn op de hoogte gebracht van het feit dat het om inventariserende interviews ging. De interviews zijn als inventariserend te beschouwen vanwege het feit dat het doel van deze interviews, mede, was om de onderwerpenlijst voor de interviews vast te stellen. Na deze zeven interviews bleek dat de gekozen onderwerpen in minimale mate dienden te worden aangepast. Dit betrof voornamelijk het duidelijker specificeren van enkele termen, zoals bijvoorbeeld de term beheer. Niet alle geïnterviewde personen hadden een juridische en/of fiscale achtergrond. Dit maakte soms dat vragen meer toegelicht moesten worden. Gezien de geringe aanpassingen en het feit dat de verduidelijking van de termen in deze interviews aan de orde is gekomen, omdat daarnaar werd gevraagd in de interviews, konden van deze zeven interviews uiteindelijk vijf worden meegenomen in de analyse. De twee afgevallen interviews betroffen een interview waarbij een te afwijkende onderwerplijst was gebruikt en een interview met een persoon die te nauw betrokken was bij dit onderzoek. Daarna zijn de overige veertien interviews gehouden.
Of met een beheerstructuur uiteindelijk een motief volledig wordt gediend, hangt niet enkel van de beheerstructuur zelf af. Dat is van veel meer factoren dan de juridische vormgeving afhankelijk, zoals economische, psychologische en sociale factoren. Wellicht bepaalt de juridische vormgeving enkel in kleine mate in hoeverre het motief wordt behaald. Dat neemt niet weg dat het van belang is om te kijken of gebruikte beheerstructuren geschikt zijn om de bestaande motieven te dienen. Beheerstructuren die dienend zijn voor het motief om te gaan beheren kunnen ondersteuning bieden aan niet-juridische aspecten die van belang zijn bij de haalbaarheid van een motief. Zo blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek dat de mate van betrokkenheid van verschillende belanghebbenden bij het vermogen invloed heeft op een meer of minder succesvolle instandhouding van het vermogen (binnen de familie).3
2.2.1 Onderwerpen semigestructureerde interviews2.2.2 Data-analyse2.2.3 Gedragscode