Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/4.3.5.4
4.3.5.4 Inpassing van de M-BA
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS589258:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie 4.3.4.1.
Mol-Verver 2016, par. 4, 5 en 6.
Mol-Verver 2016, par. 7.
Als alternatief kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de eis van een minimale winstgerechtigdheid van 5%, maar dat is onnodig beperkend voor vennootschappen met veel vennoten en biedt onnodig ruimte voor ‘passieve vennoten’ om te profiteren van fiscale voordelen die niet voor hen zijn bedoeld.
De CV is uitsluitend beschikbaar voor bedrijfsuitoefening, zie 3.5.2.1.
Zie 3.5.2.1 en 3.5.4.4. Ter vergelijking: het Ontwerp-Maeijer (art. 836 lid 1 jo. art. 801 lid 1; en art. 837 lid 2) maakte beroepsuitoefening in CV-verband mogelijk, maar handhaafde het beheersverbod en de daarop gestelde sanctie. De Werkgroep-Van Olffen 2016 (art. 4 lid 3 en art. 22) stelt voor om beroepsuitoefening in CV-verband niet toe te laten, maar wel het beheersverbod op te heffen.
Zie 3.5.4.4 (voorstel om het beheersverbod voor de commanditaire vennoot te schrappen, maar om zijn vennootschapsrechtelijke vertegenwoordigingsonbevoegdheid te behouden).
Denkbaar is dat de M-BA wordt ingevoerd zonder aanpassing van de fiscale wetgeving. De M-BA zal dan in bepaalde gevallen fiscaal transparant zijn. Dit volgt uit de bestaande criteria voor onderwerping van lichamen aan vennootschapsbelasting die hierboven zijn geschetst. In gevallen waarin een Engelse LLP als fiscaal transparant wordt aangemerkt, zal dit ook voor de M-BA gelden.
De vervolgvraag is of een vennoot van een fiscaal transparante M-BA dan ook als IB-ondernemer kan worden aangemerkt. In mijn voorstel wordt de M-BA opengesteld voor alle activiteiten die in maatschapsverband kunnen worden uitgeoefend.1 In veel gevallen zal sprake zijn van een onderneming (in fiscale zin). Vrije beroepsbeoefenaren die vennoot van een M-BA worden, kunnen op grond van artikel 3.5 Wet IB 2001 als IB-ondernemers worden aangemerkt. Zo wordt een lacune ingevuld: buitenlandse rechtsvormen die toegang bieden tot bepaalde Nederlandse fiscale faciliteiten, zoals de Engelse LLP, krijgen een Nederlandse pendant. Zonder wetswijziging kunnen de vennoten van een M-BA waarin een bedrijf wordt uitgeoefend niet als IB-ondernemer worden aangemerkt, omdat zij in privé niet rechtstreeks voor de schulden van de M-BA verbonden zullen zijn (art. 3.4 Wet IB 2001). Als het toelaten van IB-ondernemerschap voor de vennoten van een bedrijfs-M-BA (voorlopig) een brug te ver mocht zijn, hoeft dat de civiele wetgever er niet van te weerhouden om van haar kant (alvast) ruimere toepassingsmogelijkheden voor de M-BA te bieden.
Wil men af van de prominente rol die de persoonlijke aansprakelijkheid bij de fiscale classificatie speelt, dan zijn er verschillende mogelijkheden. In fiscale kringen wordt wel gepleit voor een rechtsvormneutrale heffing.2 In een dergelijk systeem maakt het voor de belastingheffing niet uit in welk type rechtsvorm de onderneming wordt uitgeoefend. Over hoe een dergelijk eenvormig fiscaal stelsel eruit zou moeten zien, bestaat allerminst eenstemmigheid. Fiscalisten verwachten dat een fundamentele herziening van het fiscale stelsel voor het MKB er voorlopig niet in zit.3
Een andere mogelijkheid is om de reikwijdte van het verbondenheidscriterium van artikel 3.4 Wet IB 2001 verder in te perken. Bijvoorbeeld kan worden bepaald dat het niet geldt voor de vennoot van een M-BA die voldoet aan het urencriterium van artikel 3.6 Wet IB 2001 én als vennoot bevoegd is de vennootschap te vertegenwoordigen.4 Dit zou een aanzienlijke vergroting van de rechtsvormkeuzevrijheid opleveren, met een minimale aanpassing van de fiscale wetgeving. Het andere criterium dat in artikel 3.4 wordt genoemd, dat de onderneming voor rekening en risico van betrokkene moet worden gedreven, kan daarnaast worden gehandhaafd. Een M-BA is in mijn voorstel wel rechtssubject, maar geen rechtspersoon. Drijft zij een onderneming dan doet zij dit voor rekening van de vennoten.
De ontwikkelingen bij de Nederlandse CV zijn eveneens van belang. De CV is momenteel niet beschikbaar voor beroepsuitoefening.5 De vraag of de commanditaire vennoot IB-ondernemer kan zijn, moet dus worden beantwoord aan de hand van artikel 3.4 Wet IB 2001 (en niet art. 3.5). De commanditaire vennoot die zich aan het beheersverbod houdt, voldoet niet aan het verbondenheidscriterium en is dus geen IB-ondernemer. Stelt men de CV open voor beroepsuitoefening en worden tevens het beheersverbod en de bijbehorende aansprakelijkheidssanctie opgeheven, zoals ik voorstel,6 dan ontstaat de mogelijkheid om een zelfstandig beroep uit te oefenen als commanditaire vennoot van een CV, met de beperkte aansprakelijkheid vandien. Een commanditaire vennoot zal in mijn voorstel evenwel geen IB-ondernemer zijn. Hij voldoet immers niet aan de eis van vennootschapsrechtelijke vertegenwoordigingsbevoegdheid die ik zoëven voor de IB-ondernemer met beperkte aansprakelijkheid heb voorgesteld.7 In mijn voorstellen blijft als ideaalbeeld overeind dat de commanditaire vennoot een passieve vennoot is. IB-ondernemerschap voor een commanditaire vennoot past daar niet bij.
Uitgaande van de geldende fiscale regels zou een M-BA waarin geen ondernemingsactiviteiten, maar beleggingen zijn ondergebracht, en die niet als open FGR kwalificeert, fiscaal transparant zijn. Een vennoot die IB-plichtig is, zal voor zijn aandeel in het resultaat worden belast in box 3 (sparen en beleggen). De fiscale transparantie van de M-BA is in dit geval gerelateerd aan het beslotenheidscriterium van het FGR. Dit kan bijdragen aan de attractiviteit van deM-BA als beleggingsvehikel.
Uit het voorgaande blijkt dat de M-BA in bepaalde gevallen fiscaal attractief zal zijn, zonder fiscale wetswijziging. Met minimale aanpassingen in de Wet IB 2001 kan de fiscale attractiviteit van de M-BA naar meer gevallen worden uitgebreid. Mogelijk zullen budgettaire en andere politieke overwegingen nopen tot aanpassingen van de fiscale wetgeving die aan de attractiviteit van de M-BA kunnen afdoen. Dit laat ik verder buiten beschouwing.