Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/7.2.5
7.2.5 De primaire vestigingsplaats van een natuurlijk persoon
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS395256:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Value Added Taxation Committee, working paper 619, 11 mei 2009, taxud.d.1 (2009) 108658- EN, blz. 9 en 10.
HvJ 27 september 2001, zaak C-16/00, VN 2001/55.7 (Cibo Participations).
HvJ Polysar, reeds aangehaald.
HvJ 26 mei 2005, zaak C-465/03, BNB 2005/313 (Kretztechnik).
Hieronder dient ook te worden verstaan het verrichten van prestaties tegen een bijdrage die niet kan worden aangemerkt als een vergoeding voor een prestatie (HvJ 3 maart 1994, zaak C-16/93, BNB 1994/271 (Tolsma)), bijvoorbeeld een betaalde contributie of subsidie.
De plaats waar de natuurlijk persoon bijvoorbeeld met zijn gezin gaat wonen kan wel indirect zijn ingegeven door de onderneming, bijvoorbeeld als zijn aanwezigheid ter plaatse voor het drijven van de onderneming is vereist.
HR 17 februari 1999, nr. 33 394, BNB 1999/133.
De tot nu toe besproken rechtsvormen, zijn rechtsvormen waarbij een onderscheid is te maken tussen het belastingplichtige rechtssubject (bijvoorbeeld de BV of de personenvennootschap) en de perso(o)n(en) die door middel van dat rechtssubject een btw-onderneming drijft/drijven (de aandeelhouders respectievelijk de vennoten). Bij een door een natuurlijk persoon gedreven btw-onderneming is dit niet het geval. De natuurlijk persoon is het belastingplichtige rechtssubject voor de btw alsmede de persoon die de onderneming drijft. Een eerste vraag die dan ook moet worden gesteld is of de vestigingsplaatsvorm zetel van bedrijfsuitoefening wel voor natuurlijk personen geldt. Geldt voor een natuurlijk persoon de woonplaats niet als primair aanknopingspunt? Het btw-comité lijkt deze vraag bevestigend te beantwoorden wanneer het de woon- en gebruikelijke verblijfplaats bespreekt en opmerkt dat wat zij bespreekt zowel voor belastingplichtigen en niet-belastingplichtigen geldt.1 Ook art. 16 en 17 voorstel herschikking btw-verordening gaan daar vanuit. Toch noemt de btw-richtlijn in de art. 44 en 45 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010), die voor alle belastingplichtigen ongeacht rechtsvorm gelden, de zetel van bedrijfsuitoefening als het primaire aanknopingspunt en de woon- en gebruikelijke verblijfplaats als aanknopingspunt bij gebreke van een zetel van bedrijfsuitoefening of vaste inrichting. Het in de Engelse taalversie gebruikte ‘place of business’ kan ook voor alle belastingplichtigen worden toegepast. Het in de Nederlandse, Duitse en Franse taalversie ‘zetel’, ‘Sitz’ respectievelijk ‘siège’ lijkt juist op rechtspersonen te duiden. Toch moet mijns inziens worden aangenomen dat de zetel van bedrijfsuitoefening ook voor natuurlijk personen het primaire aanknopingspunt is. Het zou niet voor de hand liggen dat voor natuurlijk personen de woonplaats als primair heffingsaanknopingspunt geldt, terwijl deze achter de woorden ‘bij gebreke van’ in art. 44 en 45 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) staat vermeld. De woonplaats lijkt ook meer op persoonlijke omstandigheden te duiden. Wanneer het gaat om een natuurlijk persoon/ belastingplichtige gaat het juist om vast te stellen waar hij zijn bedrijf uitoefent.
De vraag die vervolgens moet worden gesteld is of persoonlijke banden, de privésfeer van de natuurlijk persoon, in ogenschouw moet worden genomen wanneer moet worden bepaald waar hij zijn zetel van bedrijfsuitoefening heeft gevestigd. Zoals in paragraaf 7.2.2. beschreven acht het Hof van Justitie van belang op welke plaats de voornaamste beslissingen van algemene leiding van de vennootschap en de centrale bestuurstaken ervan worden uitgeoefend en niet waar de algemene leiding van de door de vennootschap gedreven onderneming wordt uitgeoefend. Als we deze lijn doortrekken naar de natuurlijk persoon dan zou dat betekenen dat moet worden bekeken waar de algemene leiding over de natuurlijk persoon zelf wordt gevoerd. Er moet dan zowel naar de professionele als persoonlijke aspecten van zijn leven worden gekeken. De privésfeer van een natuurlijk persoon is mijns inziens echter van andere aard dan die van een rechtspersoon of personenvennootschap. De privésfeer van een rechtspersoon of personenvennootschap kan bijvoorbeeld bestaan uit: het aankopen2 en houden3 van deelnemingen, het emitteren van aandelen (bij een rechtspersoon met een in aandelen verdeeld kapitaal)4 of het verrichten van prestaties om niet.5 Deze activiteiten zijn ingegeven vanuit de door de rechtspersoon gedreven onderneming om het beschikbare vermogen van de onderneming te vergroten (emissie van aandelen) en het verkrijgen en houden van deelnemingen in ondernemingen die activiteiten hebben die soortgelijk zijn aan die van de onderneming van de rechtspersoon, die de activiteiten van de vennootschap kunnen ondersteunen of wiens activiteiten de rechtspersoon kan ondersteunen (aankopen en houden van aandelen). Ook kunnen de ondernemersactiviteiten voortvloeien uit de doelstelling van de organisatie, bijvoorbeeld de verkoop van goederen als fondswerving door een organisatie die voor haar hoofdactiviteiten niet als ondernemer kwalificeert. Het privéleven van de natuurlijk persoon, zoals waar hij met zijn gezin gaat wonen, waar hij deelneemt aan het maatschappelijk leven enzovoorts, zijn activiteiten die niet rechtstreeks hoeven te zijn ingegeven vanuit de gedreven onderneming.6 Mijn conclusie is dan ook dat voor het bepalen waar een natuurlijk persoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd zijn privéleven moet worden afgescheiden van zijn zakelijk leven. Dit is ook het uitgangspunt in de uitspraak van de Hoge Raad van 17 februari 1999, opgenomen in BNB 1999/1337 (zie paragraaf 5.3.1). Dat betekent dat de plaats waar de natuurlijk persoon de algemene leiding over zijn onderneming voert, bepalend is voor waar hij zijn zetel van bedrijfsuitoefening heeft gevestigd. Is de natuurlijk persoon werkzaam ter plaatse waar de onderneming wordt gedreven, dan is de plaats waar die onderneming wordt gedreven de zetel van bedrijfsuitoefening. Is hij niet regelmatig ter plaatse aanwezig dan zal een andere plaats moeten worden gevonden van waaruit hij de algemene leiding van de onderneming voert. Dat kan de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de natuurlijk persoon zijn, maar ook een kantoorruimte op een andere plaats.