Vormfouten
Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/1.6:1.6 BEDOELING EN METHODE VAN DIT ONDERZOEK
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/1.6
1.6 BEDOELING EN METHODE VAN DIT ONDERZOEK
Documentgegevens:
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS619031:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek strekt ertoe – voortbouwend op het daaraan voorafgegane rechtsvergelijkend onderzoek – te bevorderen dat meer grip wordt gekregen op het complexe krachtenveld en op de dilemma’s waarvoor de strafrechter zich bij het reageren op vormverzuimen gesteld ziet en waarin hij op basis van een belangenafweging tot een evenredige uitkomst moet zien te komen. Beoogd wordt bij te dragen aan een betere structurering en vruchtbaarder inhoud van het debat over die belangenafweging in de rechtspraak en in de wetenschap. Daartoe wordt in dit boek de verdere toepassing gestimuleerd en gefaciliteerd van de doel-middel benadering.
Met die benadering kunnen in de Nederlandse rechtspraak over reacties op vormfouten aanmerkelijke verbeteringen worden bereikt die positief doorwerken in de gehele keten. Het in de rechtspraak expliciteren van de doeleinden van de verschillende mogelijke reacties op vormfouten, beschouw ik daarbij als het beginpunt van verbetering. Tegen de achtergrond van die geëxpliciteerde doeleinden kunnen in concrete gevallen de voor- en nadelen van toepassing van die mogelijke reacties worden beoordeeld. Om een goed beeld te krijgen van de aard en het gewicht van die voor- en nadelen zal op sommige punten nader empirisch onderzoek noodzakelijk zijn. Dat onderzoek zelf valt buiten het bestek van dit boek, maar wel probeer ik aan te duiden op welke punten mij zulk nader onderzoek zinvol lijkt.
De rechtspraak kan door een dergelijke meer pragmatische aanpak over de hele linie aan kwaliteit en overtuigingskracht winnen, terwijl de Hoge Raad door expliciete keuzes te maken beter leiding kan geven en meer houvast kan bieden aan de feitenrechter. De ruimte voor rechtsongelijkheid neemt daardoor af. Tegelijkertijd kan grote efficiëntiewinst worden geboekt. Duidelijker wordt dan immers niet alleen waarover het debat ter terechtzitting en in raadkamer moet gaan, maar ook wanneer het zin heeft onderzoek te doen of een verweer te voeren. Onderzoekshandelingen die betrekking hebben op verweren die toch nergens toe kunnen leiden, kunnen achterwege blijven.
Ook wordt duidelijker welke belangen de zittingsrechter niet beschermt en waarvoor dus mogelijk uit rechtsstatelijk oogpunt andere beschermingsmechanismen of procedures moeten worden ontwikkeld. In de Verenigde Staten is bijvoorbeeld uitdrukkelijk ervoor gekozen bewijsuitsluiting niet te zien als een middel tot compensatie voor inbreuken op het recht op privacy van de verdachte. Daarmee werd duidelijk dat dergelijke compensatie in voorkomende gevallen via een andere weg zal moeten worden geboden. Door die duidelijkheid te bieden, kunnen aan de strafrechter dan niet stilzwijgend taken worden toebedacht die hij niet kan waarmaken.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat in dit onderzoek bestudering van de Nederlandse literatuur en de rechtspraak van de Hoge Raad centraal staan, al wordt vanzelfsprekend ook aandacht besteed aan de kaders die de rechtspraak van het EHRM daarvoor geeft. De gerichtheid op optimalisatie van de huidige rechtspraak brengt mee dat de nadruk ligt op de rechtspraak sinds de invoering van art. 359a Sv. Het is niet de bedoeling van dit onderzoek pasklare antwoorden te verschaffen voor concrete gevallen. Dat is ook niet mogelijk. Bij de vormgeving van het controleren en reageren op vormfouten blijft het gaan om een complexe afweging van belangen waarvan de uitkomst kan wijzigen met de in de tijd veranderende omstandigheden. Eenduidige en blijvend juiste antwoorden, zo leerde ook het onderzoek van de Amerikaanse rechtspraak, bestaan in dit kader eigenlijk niet. De nadruk ligt daarom op de verdere ontwikkeling van het beoordelingskader dat voorziet in de noodzakelijke ruimte voor differentiatie en dat in beginsel dienst kan doen bij de beoordeling van elk soort vormfout. De Amerikaanse rechtspraak en in het bijzonder de daarin gehanteerde pragmatische doel-middel benadering kan hierbij inspirerend werken om stap voor stap te komen tot een scherpere inkadering van dit gecompliceerde maar belangrijke leerstuk.