Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/11.3.4.4:11.3.4.4 Aanbevelingen
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/11.3.4.4
11.3.4.4 Aanbevelingen
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS606616:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Schenkbelasting
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In lijn met het vorenstaande wil ik de contouren van het partnerbegrip met een antiontgaansfunctie in art. 25 en 26 SW 1956 gebruiken zoals deze ook voorkomen in het begrip ‘verbonden persoon’:
Er geldt een sociaal-maatschappelijke benadering, waarbij de echtgenoot van de belastingplichtige, de geregistreerde partner en iedere andere ‘levensgezel’ als ‘verbonden persoon’ worden beschouwd. De tekst van art. 3 AWIR kan hierbij als uitgangspunt worden genomen.
Voor ongehuwde samenwoners geldt in dit verband een weerlegbaar vermoeden van ‘verbondenheid’. Op basis van een tegenbewijsmogelijkheid kan de belastingplichtige aantonen dat de partner niet als ‘verbonden persoon’ kan worden beschouwd, bijvoorbeeld omdat de personen niet samenwonen en voor de toepassing van een pensioenregeling niet als partner zijn aangemeld.
Deze benadering doet naar mijn mening meer recht aan de bedoelde vereenzelvigingsfunctie en antiontgaansfunctie van de begrippen in art. 25 en 26 SW 1956.