De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/7.6:7.6 Hoofdstuk 6: de afwikkeling van het ongeval en de regresverhoudingen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/7.6
7.6 Hoofdstuk 6: de afwikkeling van het ongeval en de regresverhoudingen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS397191:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk wordt de laatste van de drie hoofdvragen in deze studie onderzocht: hoe wordt het schadegeval, nadat het met de benadeelde is geregeld en al dan niet tot uitkering van schadevergoeding heeft geleid, afgewikkeld tussen de regelende partij in het land van het ongeval en de (uiteindelijk) draagplichtige partij in het land van herkomst van het voertuig of van het ongeval. Achtereenvolgens zijn de overeenkomsten tussen de Bureaus in het kader van het groene-kaartstelsel en die tussen de schadevergoedingsorganen onderling en met de waarborgfondsen aan de orde gekomen. Ook zijn enige overeenkomsten in het kader van de afwikkeling van ongevallen waarbij een insolvente verzekeraar betrokken is kort aangestipt. Tot besluit van dit hoofdstuk is kort ingegaan op het verhaal op de niet verzekerde aansprakelijke op grond van de Wam als het Nederlands Bureau der Motorrijtuig-verzekeraars of het Waarborgfonds Motorverkeer een buitenlandse zusterorganisatie schadeloos heeft moeten stellen.
De regresverhoudingen tussen de Bureaus: algemeen
Als eerste heb ik de regresverhoudingen tussen de Bureaus en van de Bureaus van het land van het ongeval op de dekking gevende verzekeraar onderzocht. Terwijl de rechtsgrond van dit verhaal op het eerste gezicht eenvoudig is - de in de Internal Regulations uitgewerkte volmacht van het garanderend Bureau aan het 'regelend' Bureau om het schadegeval te regelen - verdient deze grondslag toch aandacht. In de praktijk neemt het 'regelend' Bureau als het aansprakelijke voertuig verzekerd is rechtstreeks verhaal op de verzekeraar. Maar onder de Agreement between Member Bureaux of the Council of Bureaux geeft de verzekeraar, anders dan onder de Multilateral Agreement die de Bureaus mede namens hun leden sluiten, geen volmacht. Terwijl dit rechtstreekse verhaal op de uiteindelijke debiteur - de verzekeraar - de efficiëntie dient kom ik tot de conclusie dat de rechtsgrond onder de Agreement between Member Bureaux haar basis moet vinden in de statuten van het garanderend Bureau.
De Bureaus hebben nagelaten een rechtskeuzeclausule in hun overeenkomsten op te nemen. Het gevolg daarvan is - in theorie - dat in elk geschil tussen twee Bureaus afzonderlijk zal moeten worden beslist welk recht op het geschil van toepassing is. Dat zou (kunnen) leiden tot uiteenlopende uitspraken in identieke geschillen, een consequentie die in het kader van uniforme overeenkomsten volgens het model van de Internal Regulations die over en weer worden gesloten door 45 partijen, niet als wenselijk moet worden beschouwd. De Bureaus hebben zich mede daarom in hun overeenkomsten verplicht om geschillen aan mediation en arbitrage te onderwerpen, waardoor de kwestie van het toepasselijk recht in de praktijk niet rijst. Hier komt het bij uitstek praktische karakter van het groenekaartstelsel duidelijk naar voren.
Overeenkomsten kunnen derden echter niet binden. Dat brengt de vraag mee welke betekenis de afspraken tussen de Bureaus hebben voor de benadeelde derde. Zou in een door een benadeelde aangespannen procedure tegen het 'regelend' Bureau een van de interne regels van het groenekaartstelsel afwijkend vonnis voorliggen, dan prevaleert dat en zal het garanderend Bureau - de interne afspraken ten spijt hebben te restitueren. Op het eerste gezicht is deze regeling wellicht merkwaardig: men zou immers evengoed kunnen redeneren, dat tussen de Bureaus als contractspartijen interne regels prevaleren boven het gemene recht. Zij is echter te verklaren uit de positie die een aantal Bureaus in het nationale stelsel van de verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen innemen: als 'regelend' Bureau hebben zij geen eigen financiële middelen. Schaden door onverzekerde voertuigen komen ten laste van hetzij een garanderend Bureau, dan wel van het waarborgfonds in het land van het ongeval. Dat laatste is niet gebonden aan de afspraken binnen de Council of Bureaux en baseert zich voor zijn verplichtingen op het gemene recht.
De regresverhoudingen tussen de Bureaus: de details
De regels die het verhaal tussen de Bureaus beheersen verdienen analyse, omdat zij ook toepasselijk zijn op het verhaal dat een 'regelend' Bureau op dekking gevende verzekeraars neemt. Daarbij heb ik eerst het verhaal van het 'regelend' Bureau op het garanderend Bureau en op de dekking gevende verzekeraar behandeld, omdat dit de normale situatie betreft. Onderzocht is op welke bedragen het 'regelend' Bureau aanspraak kan maken (bedrag van de aan de benadeelde(n) uitgekeerde schadevergoeding, door het 'regelend' Bureau gemaakte externe kosten die ook door een verzekeraar onder vergelijkbare omstandigheden zouden zijn gemaakt en het schaderegelingshonorarium) en aan welke formaliteiten en procedures 'regelend' en garanderend Bureau dienen te voldoen.
Benadrukt is dat het 'regelend' Bureau autonoom bevoegd is het toepasselijk recht te interpreteren, ook als dat het recht is van een ander land dan dat van het ongeval. Daarbij dient het wel - zowel op grond van de Internal Regulations als van zijn positie als vertegenwoordiger van het garanderend Bureau of de verzekeraar - de gerechtvaardigde belangen van deze laatste naar beste kunnen te behartigen. Bovendien is erop gewezen dat het Bureau de schade eerst dient uit te betalen aan de benadeelde, alvorens het om restitutie kan verzoeken. Vastgesteld is dat het 'regelend' Bureau de verplichting heeft om het garanderend Bureau en de verzekeraar (vooraf) omtrent beslissingen te informeren en om hen van documentatie omtrent de schaderegeling te voorzien, maar dat het niet nakomen van deze verplichtingen in beginsel geen invloed heeft op de verplichting van garanderend Bureau en verzekeraar om de gevorderde restitutie te weigeren of zelfs maar uit te stellen. Onderzocht is voorts de regeling van de vertragings- en boeterenteclausule.
Vervolgens is de Guarantee Call aan de orde gesteld, de 'escalatieprocedure' die in werking treedt als de dekking gevende verzekeraar niet op tijd aan zijn restitutie-verplichting voldoet.
Voorts heb ik kort stilgestaan bij de vraag of schade-uitkeringen onder een stelsel van verkeersverzekering, schade die buiten het verkeer is toegebracht en andere schade dan personen- en zaakschade onder het groenekaartstelsel verhaalbaar zijn. Voor wat betreft first party-uitkeringen is dat niet het geval, waarbij ik van mening ben dat deze beslissing van de Council of Bureaux uit de jaren '70 van de vorige eeuw in het licht van de ontwikkeling van het denken over de vergoeding van schade in het verkeer aan heroverweging toe is. Schade buiten het verkeer en andere schadeposten dan de klassieke personen- en zaakschade kunnen - vooropgesteld dat de toepasselijke wet meebrengt dat het 'regelend' Bureau deze aan de benadeelde heeft te vergoeden - wel worden verhaald.
De benoemde correspondent en het verhaal
Daarna heb ik de positie van de benoemde correspondent in het kader van het verhaal op de dekking gevende verzekeraar onderzocht. In beginsel zijn de correspondent en de verzekeraar vrij hun relaties in te richten, maar zij dienen wel een aantal grondbeginselen van het groenekaartstelsel in acht te nemen, waaronder het principe dat de correspondent - als vertegenwoordiger van het 'regelend' Bureau bij uitsluiting bevoegd is het toepasselijk recht te interpreteren en het beginsel 'eerst de schade aan benadeelde uitkeren, dan verhalen op de verzekeraar'. Onderzocht is welke mogelijkheden de correspondent heeft om de door hem verrichte betalingen door tussenkomst van het 'regelend' en het garanderend Bureau terug te vorderen als de verzekeraar niet (tijdig) aan zijn restitutieverplichtingen voldoet.
Sancties opgelegd aan het 'regelend' Bureau
Aan het 'regelend' Bureau kunnen door de toezichthouder of de rechter financiële sancties worden opgelegd als de correspondent de 'gemotiveerd-antwoordprocedure' niet naleeft. De afspraken daaromtrent die de Bureaus hebben gemaakt heb ik in het kort besproken.
Insolventie van een verzekeraar en de verplichtingen van de Bureaus
Daarna heb ik aandacht besteed aan de regresmogelijkheden van het 'regelend' Bureau als de dekking gevende verzekeraar in staat van insolventie verkeert. Ik heb daarbij geconstateerd dat insolventie van de verzekeraar geen invloed heeft op de verhaalsmogelijkheden van het 'regelend' Bureau, anders dan onder de '4e Richtlijn'. Ook is de overeenkomst tussen de Bureaus voor de situatie dat een dienstverrichtende verzekeraar insolvent raakt kort uiteengezet.
De overeenkomsten tussen de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen
Ook de schadevergoedingsorganen onderling en de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen hebben hun onderlinge verhoudingen in overeenkomsten geregeld. Deze zijn enerzijds geïnspireerd door die tussen de Bureaus, maar anderzijds zijn zij - omdat zij van jongere datum zijn en er in de praktijk nog niet veel ervaring mee is opgedaan - nog minder gedetailleerd uitgewerkt.
Ten aanzien van het op deze overeenkomsten toepasselijke recht heb ik kunnen vaststellen dat deze evenmin als die tussen de Bureaus een rechtskeuzeclausule bevatten, maar dat ook deze overeenkomsten een arbitrageclausule bevatten die de scherpe kanten van het ontbreken van uniform toepasselijk recht wegneemt.
De schadevergoedingsorganen en de afspraken omtrent het regelen van de schade
Het gaat hier om de procedurele afspraken in de fase van het regelen van de schade door het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van woonplaats van benadeelde. Dat orgaan heeft aan het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van vestiging van de verzekeraar (onder art. 24 van de Richtlijn) dan wel aan het waarborgfonds van de lidstaat van het ongeval dan wel van die waar het niet verzekerde aansprakelijke voertuig gewoonlijk is gestald (als art. 25 van toepassing is) 'instructies' te vragen omtrent onder meer de inhoud van het toe te passen recht. De te verhalen bedragen en de voorwaarden waaronder restitutie kan worden gevraagd zijn vervolgens onderzocht.
Daarna heb ik aandacht besteed aan het geval waarin de dekking gevende verzekeraar in staat van insolventie verkeert. Daarbij heb ik vastgesteld dat de vraag of de benadeelde in een dergelijk geval toegang heeft tot het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van zijn woonplaats enerzijds afhangt van de vraag of de verzekeraar een gemotiveerd antwoord heeft gegeven en anderzijds of de wet van de lidstaat van vestiging van de verzekeraar benadeelden aanspraken geeft op het waarborgfonds in geval van insolventie van een verzekeraar. Het gevolg van de regeling van de Richtlijn is dat benadeelden bij een ongeval in de ene lidstaat altijd toegang tot het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van hun woonplaats hebben en bij een ongeval in een andere lidstaat alleen in bepaalde gevallen. Een tweede gevolg is dat bezoekende slachtoffers van ongevallen in lidstaten die benadeelden geen aanspraak op het waarborgfonds toekennen in sommige gevallen - namelijk als de insolvente verzekeraar of zijn schaderegelaar geen tijdig gemotiveerd antwoord heeft gegeven langs de weg van het schadevergoedingsorgaan een betere bescherming genieten dan 'nationale' slachtoffers. Deze laatsten moeten hun vordering immers in het faillissement indienen. Dit alles is een extra argument om een EU-regeling voor de gevolgen van insolventie van Wam-verzekeraars tot stand te brengen. In het kader van de insolventie van Wam-verzekeraars die in een andere lidstaat in dienstverrichting werkzaam zijn is tot besluit van dit deel van hoofdstuk 6 aandacht besteed aan de door een aantal waarborgfondsen in dat kader gesloten overeenkomst.
Het hoofdstuk sluit af met een korte behandeling van het verhaalsrecht van het Nederlands Bureau en het Nederlandse Waarborgfonds Motorverkeer op de onverzekerde aansprakelijke.