Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/20.2.2.2
20.2.2.2 Bracht de Transparantielijn iets nieuws?
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS582670:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Met name door de invoering van verplichte publicatie van de kwartaalberichten, de explicitering van de periode waarbinnen de jaarlijkse financiële verslaggeving moet worden gepubliceerd en het opleggen van strengere voorschriften voor de inhoud van de te publiceren informatie (waaronder de daarin op te nemen bestuurdersverklaringen).
Art. 80, lid 1. Deze bepaling was oorspronkelijk opgenomen in de reeds in 1979 vastgestelde Noteringsrichtlijn (Schema D, onder A, art. 3a).
Art. 8, lid 2, Richtlijn 2001/34/EG, waarin tevens enige voorwaarden worden genoemd bij gebruikmaking van deze bevoegdheid. Zie ook het huidige art. 3, lid 1, Transparantierichtlijn.
Art. 34, aanhef en onder b, Fondsenreglement, resp. Regel A-2705/8, aanhef en onder (ii), Rule Book II. Dayioglu/Havers (2009), p. 535, voetnoot 8, wijzen hier overigens ook zelf op.
Aldus Dayioglu/Havers (2009), p. 535, voetnoot 8.
Iets langer. Rule Book II is pas op 1 juli 2009 aangepast aan het sinds 1 januari 2009 geldende hoofdstuk 5.1a Wft. Zie ook voetnoot 31 van de Inleiding van deze studie.
Dat het Fondsenreglement 'recht', in de zin van art. 79 RO is, is door de Hoge Raad in zijn arrest inzake ACM/Albert Heijn van 24 februari 2006 (NJ 2006, 302, JOR 2006/95) (r.o. 3.5). Bij dit arrest kunnen de nodige kanttekeningen worden geplaatst. Zie hieronder in § 2.2.3.
In de totstandkomingsgeschiedenis van deze wet zijn, bij mijn weten, ook anderszins geen aanknopingspunten te vinden die tot de conclusie leiden dat met deze wet zou zijn beoogd om af te wijken van de (als gezegd reeds bestaande) inperkingen op het '403-regime'.
En daardoor wellicht zichtbaarder is geworden. Over de wijze waarop door middel van (de opvolger van) het Fondsenreglement de afgelopen decennia in Nederland implementatie van Europese richtlijnen op het terrein van het effectenrecht plaatsgevonden: Grundmann-van de Krol (2000), p. 6-8. Hierover ook de conclusie van A-G Wesseling-van Gent, vóór Hoge Raad 24 februari 2006 (NJ 2006, 302), onderdelen 2.3-2.22.
De Transparantierichtlijn heeft op onderdelen geleid tot een aanscherping van de periodieke publicatieverplichtingen.1 Voorafgaand aan de Transparantie-richtlijn waren vennootschappen waarvan "obligaties tot de officiële notering waren toegelaten", laatstelijk op grond van Richtlijn 2001/34/EG, verplicht de jaarrekening en het jaarverslag te publiceren "voor publicatie hiervan krachtens het nationale recht verplicht is".2 Deze richtlijn bevatte echter, evenals thans in de Transparantierichtlijn is opgenomen, de bepaling dat lidstaten "strengere verplichtingen [kunnen] opleggen dan die van de artikelen 64 tot en met 69 en 78 tot en met 84, dan wel aanvullende bepalingen [kunnen] opleggen (...)”.3Implementatie van deze bepalingen van Richtlijn 2001/34/EG heeft plaatsgevonden in het Fondsenreglement en (als opvolger daarvan) in Rule Book II. Hierin was — ook — voor beursvennootschappen waarvan (uitsluitend) obligaties tot de notering waren toegelaten wel de verplichting opgenomen om "jaarlijks haar jaarrekening en haar jaarverslag zo spoedig mogelijk voor het publiek verkrijgbaar te stellen."'4 Het moge wellicht zo zijn, zoals in de literatuur is betoogd, dat door (de rechtsvoorgangers van) NYSE Euronext deze bepalingen in lijn met het "403-regime" zijn toegepast.5 Dat doet er niet aan af dat op basis van deze, tot de inwerkingtreding van hoofdstuk 5.1a Wft geldende6, regelgeving7de werking van het "403-regime" reeds was ingeperkt. De Wet tot implementatie van de Transparantierichtlijn heeft daarin geen verandering gebracht.8 Het verschil is slechts dat de in de Transparantierichtlijn opgenomen inperking van het "403-regime" dwingend voortvloeit uit Europese regelgeving en dat deze nu uit een wet in formele zin volgt.9