Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.1.1:3.1.1 Belang van het Duits recht voor dit proefschrift
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.1.1
3.1.1 Belang van het Duits recht voor dit proefschrift
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS501124:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aangezien het begrip Leistung een specifieke juridische betekenis heeft, zal het in dit proefschrift niet vertaald worden om verwarring te voorkomen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Bürgerliches Gesetzbuch (BGB) is de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking neergelegd in §812. Deze bepaling luidt als volgt:
“Wer durch die Leistung eines anderen oder in sonstiger Weise auf dessen Kosten etwas ohne rechtlichen Grund erlangt, ist ihm zur Herausgabe verpflichtet. Diese Verpflichtung besteht auch dann, wenn der rechtliche Grund später wegfällt oder der mit einer Leistung nach dem Inhalt des Rechtsgeschäfts bezweckte Erfolg nicht eintritt.”
Er zijn weinig andere bepalingen in het BGB waarover zo veel is gediscussieerd. De discussie begint al bij de vraag of alle gevallen van ongerechtvaardigde verrijking met behulp van dezelfde vereisten kunnen worden beslist, of dat verschillende groepen gevallen van ongerechtvaardigde verrijking moeten worden onderscheiden, waarbij per groep andere regels gelden. Uitkomst van deze discussie is dat in de Duitse doctrine en rechtspraak over het algemeen een onderscheid wordt gemaakt tussen verrijkingen die ontstaan door een prestatie (Leistung) en enkele gevallen van verrijkingen die ontstaan op een andere manier. De term ‘Leistung’ heeft daarbij een geheel eigen betekenis.1
Ik onderzoek of het onderscheid dat in de Duitse rechtspraak en literatuur wordt gemaakt, ook behulpzaam kan zijn bij een inkadering en systematisering van artikel 6:203 en artikel 6:212. Als artikel 6:203 een oplossing zou geven in alle gevallen waarin prestaties zonder rechtsgrond worden verricht, zou artikel 6:212 dan kunnen worden beperkt tot gevallen waarin een verrijking op een andere wijze ontstaat?
In de Duitse literatuur wordt verder veel aandacht besteed aan meerpartijenverhoudingen en aan de vraag welke invulling van de vereisten van §812 wenselijk is om in meerpartijenverhoudingen wenselijke uitkomsten te verkrijgen. Ook wordt veel aandacht besteed aan verweermiddelen tegen de vordering ex §812.
Bestudering van de Duitse rechtspraak en literatuur is daarom van belang voor het antwoord op de tweede en derde onderzoeksvraag. Deze luiden respectievelijk: wat is de gewenste invulling van de vereisten van de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking; en wat is een wenselijke invulling van de vereisten van de vordering uit onverschuldigde betaling. Hoewel ik niet beoog een bijdrage te leveren aan de discussie over Duits recht, geef ik in dit hoofdstuk regelmatig commentaar en trek ik conclusies voor het onderzoek naar de gewenste invulling van de Nederlandse wetsbepalingen.