Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/1.5
1.5 Terminologie
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264424:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Manigk 1910, p. 14-15; Kupiszewski 1974, p. 229; Kaser, Studien III, p. 80; Kupiszewski 1986, p. 133-134. Vgl. Bobbink 2016, p. 79.
Frezza 1963, p. 359; Schuld 1963, p. 295-296; Bobbink & Mauer 2019, p. 364.
Deze alinea steunt op Bobbink 2019a, p. 12-13.
Zie voor het ius commune bijvoorbeeld: Accursius, Glossa Ordinaria, Digestum Vetus, p. 1411-1412 (ad D. 13,7,33); Donellus, De Pignoribus et hypothecis, nr. 11.6; Godding 1987, p. 368. Anders: Bartolus, Super secunda digesti veteris, ad D. 13,7,33 en D. 20,1,11,1. Voor het Rooms-Hollandse recht, zie Van Leeuwen 1662, nr. 4.8.1; Noodt 1724, nr. 2.9; Voet 1734a, nr. 20.1.23; Vinnius, Quaestiones Selectae, nr. 2.7; Naeranus, Hollandsche Consultatien, nr. 3.147 (De Groot); De Groot 1767, nr. 3.8.5; Van der Keessel, Praelectiones, nr. 3.8.5; vgl. Thomas 2007, p. 59. Voor het Zuid-Afrikaanse recht, zie Titus 2012; Brits 2016, p. 142-150; Bobbink 2019b.
Zie bijvoorbeeld Kupiszewski 1974, p. 227-234; Kaser, Studien III, p. 83-84; Papadatou 2008, p. 209-220; Bobbink 2016, p. 77-86; Bobbink & Mauer 2019, p. 356-357.
In dit proefschrift staat de term ‘pandgebruik’ centraal. Dit woord gebruik ik als een Nederlandse vertaling van het woord antichresis uit de moderne secundaire literatuur over het Romeinse recht. In deze literatuur betekent antichresis de bevoegdheid van gebruik en vruchttrekking tot zekerheid. Het woord antichresis stamde uit het Hellenistische recht en het Grieks-Egyptische recht. Het oud-Griekse woord ἀντίχρησις betekende ‘tegengebruik’. Dit woord was weer afgeleid van χρῆσις ἀντί τινὸς, wat ‘gebruik in plaats van iets anders’ betekende, of ‘gebruik als tegenprestatie voor iets anders’.1 Het woord ἀντίχρησις komt in twee Digestenteksten voor: in D. 13,7,33 en D. 20,1,11,1, allebei teksten van Marcianus. Veel andere teksten beschrijven echter ook de rechtsfiguur die ik aanduid als het recht van pandgebruik. In deze teksten komt het woord ἀντίχρησις niet voor. Een mogelijke verklaring voor het gebruik van het woord ἀντίχρησις door Marcianus is dat deze jurist een Griekse achtergrond had. Wellicht gebruikte hij het woord ἀντίχρησις om het recht van pandgebruik in het Romeinse recht te omschrijven, omdat hiervoor in het Latijn geen specifiek woord voorhanden was. Een andere verklaring is dat hij het recht van ἀντίχρησις uit het Hellenistische recht in de Romeinse rechtspraktijk wilde introduceren.2
De term antichresis kan bij de bespreking van het zekerhedenrecht naar ius commune, Rooms-Hollands recht en Zuid-Afrikaans recht verwarring oproepen.3 In deze rechtsstelsels duidt de term antichresis alleen op een recht van pandgebruik, waarbij de pandgebruiker de vruchten mag behouden als rentevergoeding (pandgebruik met rentefunctie). Antichresis wijst niet op een recht van pandgebruik waarbij de waarde van de vruchten in mindering komt op de gesecureerde vordering (pandgebruik met aflossingsfunctie).4 De betekenis van het woord antichresis in de moderne secundaire literatuur over het Romeinse recht is ruimer dan alleen een recht van pandgebruik met rentefunctie. Zij omvat zowel het recht van pandgebruik met rentefunctie als het recht van pandgebruik met aflossingsfunctie.5 Vanwege deze uiteenlopende betekenissen van het woord antichresis in de primaire literatuur van het ius commune, het Rooms-Hollandse recht en het Zuid-Afrikaanse recht enerzijds en de secundaire literatuur over het Romeinse recht anderzijds hanteer ik het woord pandgebruik. Hiermee bedoel ik een zekerheidsrecht dat de zekerheidsgerechtigde de bevoegdheid geeft om het onderpand te gebruiken en de vruchten ervan te trekken, ongeacht de functie (rente of aflossing) die aan dit recht toekomt.
Naast het woord ‘pandgebruik’ hanteer ik in dit proefschrift de term ‘zelfstandige antichrese’. Met ‘zelfstandige antichrese’ doel ik op een recht van gebruik en vruchttrekking tot zekerheid dat niet is gecombineerd met een zekerheidsrecht, zoals een pandrecht, een hypotheekrecht of zekerheidseigendom. Het woord ‘pandgebruik’ duidt op de bevoegdheid van gebruik en vruchttrekking tot zekerheid die wél is gecombineerd met een zekerheidsrecht.