Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.10.4:7.3.10.4 Aanbevelingen
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.10.4
7.3.10.4 Aanbevelingen
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS609026:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals ik hiervoor heb uitgelegd, is er geen noodzaak om voor de thin-capmaatregel uit te gaan van het groepsbegrip. Ik stel daarom voor om de concernsituaties in deze regeling in beginsel te omschrijven aan de hand van het begrip ‘verbonden lichaam’, dat nu al wordt gehanteerd in art. 10d lid 3 Wet VPB 1969. Dit betekent overigens dat lid 2, waarin alleen is vermeld dat de thin-capmaatregel niet van toepassing is indien de belastingplichtige geen onderdeel is van een ‘groep’, geheel kan vervallen. Het heeft naar mijn mening geen zin om deze bepaling zodanig aan te passen, dat de regeling niet geldt indien de belastingplichtige niet met andere lichamen is verbonden. Dat vloeit namelijk al voort uit art. 10d lid 3 Wet VPB 1969.
Zoals door Brandsma is gesignaleerd, zou de thincap-maatregel ook van toepassing moeten zijn indien de leningen zijn verstrekt door een met de concernmaatschappij ‘verbonden natuurlijk persoon’.
Met het oog op de concernratiotoets dient het groepsbegrip in art. 10d lid 6 Wet VPB 1969 naar mijn mening niet te worden vervangen door het begrip ‘verbonden lichaam’. Aangezien hier een tegemoetkoming is bedoeld, pleit ik ervoor om hetzelfde concernbegrip te hanteren als ik heb verdedigd in paragraaf 7.3.3. Ik beschouw dit als een autonoom fiscaal begrip met een facilitaire functie, dat in vergelijking tot het begrip ‘verbonden lichaam’ een scherpere norm kent.