Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/3.2.5
3.2.5 Toepassingsbereik
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS598453:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rule 19.10.
Mildred 2000, p. 409, 411-2, Hodges 2001, p. 5.
Legal Services Commission, The Funding Code, 2000, Part 1 s 2.4, te raadplegen op <http://www.legalservices.gov.uk/docs/stat_and_guidance/commencement_order.pdf>, Hodges 2001, p. 29 noot 1. In de Funding Code zijn de voorwaarden neergelegd waaronder gefinancierde rechtsbijstand kan worden verkregen. Over de Code zie Hodges 2001, p. 179.
Namelijk `sudden disasters' (vergelijkbaar met gefixeerde massaschade): 'personal injury or fatal accident claims, including damage to property', 'rolling claims' (vergelijkbaar met sluipende massaschade): claims arising from a single cause such as an allegedly defective drug or product, `consumer claims: claims relating to the use or consumption of defective goods or services, personal injury or financial loss' (kan zowel gefixeerde, als sluipende als strooischade opleveren), Inside Track april 2003, p. 4.
Hodges 2001, p. 3. Mildred 2000, p. 412 wijst erop dat strikt genomen de regeling niet vereist dat alle acties tegen dezelfde verweerder zijn ingesteld. Een letterlijke toepassing van de ruime definitie in de regeling zou volgens hem juist tot `substantial diseconomies of time and costs' kunnen leiden. Hoewel, er lijken wel enige beperkingen te zijn: via de vereisten van het GLO-verzoek dat een indicatie of een schatting moet bevatten van het aantal betrokkenen.
Loughlin & Gerlis 2004, p.128. Indien dat laatste het geval zou zijn, dan zou Part 19.11 immers van toepassing kunnen zijn.
Zander 2003, p. 66, Hodges 2001, p. 30 waar hij onder meer het standpunt van the Legal Aid Board behandelt in 'When the Price is High', juni 1997, par. 5.33.
Mildred 2000, p. 414 waar hij een passage bespreekt van het rapport van Lord Woolf, Access to Justice, (p. 248, aanbeveling 3).
Mildred 2000, p. 415.
Gelet op de nadruk op flexibiliteit in de huidige regeling is het ook minder bevreemdend dat Part 19.I11 een zeer ruime omschrijving van multi-party actions bevat. De regeling kan worden toegepast op 'claims which give rise to common or related issues of fact or law'.1 Deze ruime bewoordingen zijn een uiting van het streven om zoveel mogelijk categorieën massaschade onder de werking van Part 19.111 te laten vallen, althans de rechter de mogelijkheid te bieden om zich over de wenselijkheid van de toepasselijkheid uit te laten. De grote diversiteit qua getallen en onderwerpen maakt een dergelijke flexibele aanpak nodig.2
Nadere invullingen en omschrijvingen die allemaal 'juist' zijn, vindt men overigens elders. In the Funding Code worden multi-party actions omschreven als: 'any action or actions in which the number of clients have causes of action which involve common issues of fact or law arising out of the same cause or event' .3 De Multi Party Action Information Service (MPA Service), waarover in 3.4 meer, noemt drie categorieën multi-party actions4 die in grote lijnen overeenstemmen met de in dit onderzoek gehanteerde indeling van gefixeerde en sluipende massaschade. Sommigen spreken van een 'situation ...in which a number of claims having some similarity, usually involving the same issue or product and/or same defendants' ,5 terwijl anderen het hebben over situaties waarin 'a number of either claimants or defendants whose claims or defences give rise to common or related issues of law or fact, but who do not have the same interest in a claim'.6
Hoe groot het aantal partijen moet zijn om van een multi-party action te kunnen spreken en onder de werking van de regeling te kunnen vallen, is evenmin helder. In de discussies rond het voorontwerp van de regeling zijn verschillende getallen genoemd (meer dan tien, vijf, twee), maar geen van alle hebben de eindstreep gehaald.7 Bij de totstandkoming van Part 19.III heeft men zich nadrukkelijk uitgesproken tegen de introductie van een kwantitatief criterium als een noodzakelijke voorwaarde voor de toepassing van de regeling. In plaats daarvan is voorgesteld om als maatstaf aan te leggen of de groep `sufficiently large and homogeneous is, and that the cases ...will be more viable if there is a collective approach than if they are handled individually'.8 Sommigen zien hierin een aanwijzing voor de uitvoering van een kosten/ baten analyse als onderdeel van de beslissing om Part 19.III toe te passen.9 Hierover in 3.4.2 meer.