Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/3.2.2
3.2.2 Part 19.111: algemeen
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS596086:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Tzankova 2001, Tzankova & Weterings 2002, Tzankova & Weterings 2003.
Vranken 1999, p. 53-65, Struycken 2001, longbloed 1999, p. 109-13.
Voor offer to settle (Part 36) zie onder meer Tzankova & Weterings 2003, p. 2730, Een nieuwe balans 2003, p. 105-6.
Over de tracks: Tzankova & Weterings 2003, p. 10, noot 17 en <http://www.dca.gov.uk/civil/procrules_fin/menus/rules.htm (in het bijzonder Part 27-29)>.
Zie ook Mildred 2000, p. 419. Hodges 2001, p. 26 benadrukt de gelaagde structuur in een ander verband: bij de bespreking van een aantal plichten van partijen (Rule 16.4). Zie ook Andrews 2003, p. 974.
Zie ook Tzankova & Weterings 2003, p. 9, noot 15. In Een nieuwe balans 2003, p. 247-61 is een afwijkende manier van omgaan met regels in de huidige tijd verdedigd. Een figuur als de Engelse PD past in deze benadering.
Part 19.111 maakt deel uit van de CPR die in 1999 in werking zijn getreden na een grootscheepse herzieningsoperatie van het civiele procesrecht. Hoe belangwekkend ook, ik zal de verleiding weerstaan om uitgebreid in te gaan op de totstandkomingsgeschiedenis van de CPR en haar 'illustere vader': Lord Woolf. Dat heb ik reeds bij andere gelegenheden gedaan,1 terwijl in de literatuur ook door anderen daar uitgebreid aandacht aan is besteed.2 Ik zal volstaan met de mededeling dat de CPR een nieuw tijdperk in het Engelse civiele procesrecht hebben ingeleid, waarin een grote rol is weggelegd voor de actieve rechter en veel aandacht is voor de relatie tussen de fase voorafgaand aan het proces (de voorfase) en het proces, en voor differentiatie. Dit komt op verschillende manieren tot uitdrukking. Bijvoorbeeld via de introductie van specifieke pre-action protocols die het preprocessuele gedrag van partijen normeren en het toerekenen van gedrag dat daar niet aan voldoet aan de procederende partijen. Of via het stimuleren van buitengerechtelijke beslechting van geschillen al dan niet via het gebruik van ADR of offers to settle3 en via de introductie van drie verschillende processporen afhankelijk van de aard en het financiële belang in een zaak.4 De nadruk op en het belang van de voorfase is ook merkbaar, zoals hierna nog zal blijken in onder meer 3.4 en 3.5, bij de afwikkeling van massaschade.
Andere kenmerken van de CPR die vermeldenswaard zijn, betreffen hun gelaagde structuur en de centrale plaats die de Practice Directions (PD) innemen bij de toepassing van de regels. De gelaagde structuur brengt mee dat behalve Part 19.111 ook Part 1 bijvoorbeeld van belang is, waarin het `overriding objective' van de CPR uiteen is gezet en de plichten van de rechter en partijen om deze te realiseren. Het `overriding objective' werkt ook door bij de afwikkeling van massaschade.5 Ik zal daaraan herinneren bij de paragrafen waarin dat van belang is, onder meer in 3.2.4 en in 3.4.2. In Nederland kent men de figuur van de PD (vooralsnog)6 niet. PD zijn vergelijkbaar met de Nederlandse Memorie van Toelichting (MvT), maar zijn meer gebruikersvriendelijk. Anders dan de MvT die statisch van aard is, hebben de PD een meer 'dynamisch karakter' doordat ze geactualiseerd kunnen worden. Ook bevatten ze redelijk gedetailleerde uitvoeringsvoorschriften.