Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/3.3.2:3.3.2 Dualisering
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/3.3.2
3.3.2 Dualisering
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een andere belangrijke ontwikkeling die volgens de Nota van Toelichting heeft bijgedragen tot de transformatie van de CV 95 naar het BBV is de dualisering van het gemeentebestuur:
"De Wet dualisering gemeentebestuur regelt de ontvlechting van de posities van de raad en het college, dat wil ondermeer zeggen dat collegeleden niet meer tevens lid van de raad zijn. De Wet regelt ook de ontvlechting van de taken van raad en college. In de nieuwe taakverdeling heeft de raad de kaderstellende en controlerende taak en heeft het college tot taak te besturen en te verantwoorden. (...) Ook voor de begroting en de jaarstukken heeft de dualisering gevolgen: de begroting moet de raad meer nog dan voorheen ondersteunen in zijn kaderstellende rol. Ook de controlerende functie van de raad dient te worden versterkt."1
Uit bovenstaande omschrijving van het dualistische stelsel destilleert de regering twee "belangrijke principes" die ten grondslag liggen aan het BBV. Het eerste principe is dat iedere doelgroep zijn eigen informatie en dus zijn eigen documenten krijgt. Het tweede principe is dat de raad de beleidsuitgangspunten van zowel beheersaspecten als lokale heffmgen vaststelt.
- Iedere doelgroep zijn eigen informatie
Op de omschrijving van het dualisme en de belangrijke principes valt wel het één en ander af te dingen. Zo wordt mij niet geheel duidelijk op welke wijze het eerste belangrijke principe voortvloeit uit de omschrijving van dualisme die de Nota van Toelichting hanteert. Moet de gemeenteraad andere financiële documenten krijgen dan het college, omdat de posities van hun leden en hun taken zijn ontvlecht? Het klopt dat de dualisering een zekere afstand bedoelt te creëren tussen de genoemde organen, maar of daaruit voortvloeit dat zij over daadwerkelijk verschillende informatie zou moeten beschikken, is nog niet zo logisch. Bij de bespreking van nota's of ontwerpverordeningen krijgen gemeenteraden ook geen andere versies. Bovendien heeft de dualisering uitsluitend betrekking gehad op de verhoudingen binnen het gemeentebestuur, niet op die met de toezichthouders of met het Centraal Bureau voor de Statistiek. Als deze doelgroepen al fmanciële informatie nodig hebben die anders wordt gepresenteerd, dan houdt dit verband met de andere taken die zij hebben en niet met het gegeven dat algemeen en dagelijks bestuur inmiddels in een andere verhouding tot elkaar staan.2
- De gemeenteraad stelt beleidsuitgangspunten vast: kaderstelling
Er moet ook kritisch worden gekeken naar de omschrijving die de Nota van Toelichting bij het BBV geeft van de dualisering en het daaruit voortvloeiende tweede belangrijke principe. In het vorige hoofdstuk is al aangegeven dat de kaderstellingsdoctrine op zichzelf genomen strookt met de huidige inrichting van het gemeentebestuur. Van belang is daarbij echter wel dat vanuit die doctrine vaak wordt vergeten dat ook de raad nog steeds een aanzienlijk aantal "zware" bestuursbevoegdheden bezit. De uit de Nota van Toelichting geciteerde passage (en niet alleen die passage) lijkt uit te gaan van een beeld van dualisme waarin de raad kaders stelt en het college van burgemeester en wethouders bestuurt. Dit komt niet overeen met de juridische taak- en bevoegdheidsverdeling in de Gemeentewet en andere formele wetgeving, noch met het grondwettelijke hoofdschap van de gemeenteraad. Naast de 'belangrijke principes' uit de Nota van Toelichting zou dit hoofdschap eveneens moeten worden gehanteerd als `belangrijk principe' achter de inrichting van het decentrale bestel. Het beeld, dat de raad zich zou moeten beperken tot het stellen van kaders vóóraf en het controleren achteraf, is daardoor onjuist.
Uit het bovenstaande mag blijken dat, hoewel de Nota van Toelichting (en de geschriften van de Vernieuwingsimpuls dualisme en lokale democratie en fora als het platform finfun duaal) anders doen vermoeden, het mijns inziens maar de vraag is of het de dualisering is geweest die heeft genoopt tot de invoering van een wezenlijk andere manier van begroten en verantwoorden. Wie kijkt naar de veranderingen die volgens de Nota van Toelichting vooral moeten worden toegeschreven aan de dualisering, ziet een op onderdelen opvallende gelijkenis met de VBTB-operatie op nationaal niveau.