Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.8.1:5.8.1 HR 26 september 2003: is een verrekeningsafspraak in afwijking van artikel 24 1w 1990 mogelijk?
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.8.1
5.8.1 HR 26 september 2003: is een verrekeningsafspraak in afwijking van artikel 24 1w 1990 mogelijk?
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS610834:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit arrest van de Hoge Raad werd reeds inhoudelijk besproken.1 Daarbij kwam aan de orde de BNB-noot van De Boer, die ingaat op de mogelijkheid van een verrekeningsafspraak tussen de fiscus en de belastingplichtige. Hij schrijft:
"Nieuw in het arrest is namelijk dat - naast de door inhouding en naheffing 'geheven' loonbelasting - nu ook de (anderszins) betaalde loonbelasting voor verrekening met inkomstenbelasting in aanmerking komt. In zoverre is sprake van verruiming van de jurisprudentie. De Hoge Raad preciseert het verder niet, maar men kan hierbij mijns inziens denken aan voldoening van een natuurlijke verbintenis (betaling van gewetensgeld door de werkgever) en aan betaling uit hoofde van een vaststellingsovereenkomst (werkgever treft schikking met de fiscus). Wat de Hoge Raad wel preciseert, is dat een dergelijke betaling van loonbelasting kan geschieden in de vorm van verrekening (compensatie) met een belastingteruggaaf uit anderen hoofde. Hoewel deze compensatie, ingevolge art. 24 Invorderingswet 1990, pas mogelijk is nadat een teruggaafbeschikking is genomen, sluit het arrest mijns inziens niet uit dat bij vaststellingsovereenkomst - dus tweezijdig - aan laatstbedoeld vereiste wordt voorbijgegaan. Het lijkt dan echter noodzakelijk dat aan de kant van de fiscus zowel de inspecteur als de ontvanger partij zijn bij die overeenkomst; immers beide autoriteiten zien daarbij af van hun exclusief geattribueerde bevoegdheid (de inspecteur van het vaststellen van een teruggaaf bij beschikking, de ontvanger van het verrekenen op de voet van art. 24 Invorderingswet 1990)."
De Boer geeft hier een constructie aan die er feitelijk op neerkomt dat tussen de fiscus en de belastingplichtige een verrekeningsafspraak tot stand komt, buiten het door artikel 24 Iw 1990 aangegeven kader. Eerder gaf ik al aan2 dat een dergelijke constructie, ondanks het gesloten systeem van verrekening van artikel 24 Iw 1990 en artikel 4:93 lid 1 Awb, mijn inziens mogelijk is, mits de belastingplichtige hierdoor niet in een slechtere positie komt dan bij een gewone toepassing van artikel 24 Iw 1990. Van een verslechtering in de positie van de belastingplichtige lijkt in het door De Boer geschetste geval geen sprake.