Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/5.6.1
5.6.1 Voorwaarden voor een beperking
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675717:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bäcker 2018, rn. 1.
EDPB 10/2020, rn. 16 (voetnoot 7).
Overweging 41 en 45 AVG. Zie uitgebreider Reijneveld 2019b, p. 309. Zie ook EDPS 2020, p. 5-6. Vgl. HvJ EU 1 oktober 2015, ECLI:EU:C:2015:638, r.o. 40 (Bara e.a.) waarin niet aan deze voorwaarden werd voldaan.
EDPB 10/2020, rn. 17.
EDPB 10/2020, rn. 6 en 15.
EDPB 10/2020, rn. 3.
Het verschil met de situatie die in §5.5.3 beschreven staat is dat het daar gaat om het belang waarvoor de curator in een specifiek geval een verzoek van een betrokkene kan beperken. In dit geval gaat het om het algemeen belang dat gediend is met de doelmatige afwikkeling van het faillissement en de vraag of dat belang rechtvaardigt dat de rechten van betrokkenen meer categorisch kunnen worden beperkt.
Art. 23 lid 1 sub e AVG. ‘Andere’ moet worden opgevat als ‘andere dan strafrechtelijke’, Verstijlen 2018, p. 327. Sub i en j zijn beide niet relevant. Sub i ziet met name op beperkingen zoals voorschriften die bepalen dat informatie over medische gegevens alleen via medisch personeel aan de betrokkene mag worden meegedeeld (zie Stender-Vorwachs 2019, rn. 31). Sub j lijkt op sub i maar beoogt andere particulieren te beschermen (zie Paal/Pauly 2018, rn. 43; Bäcker 2018, rn. 33).
Bäcker 2018, rn. 11 en 58. Volgens de EDPS kunnen hier bijvoorbeeld ook beperkingen op het gebied van aanbestedings- en subsidieprocedures onder vallen, zie: EDPS 2020, p. 13.
Paal/Pauly 2018, rn. 31.
Zie Jackson 1982; Baird & Jackson 1984; Jackson 1986. Vgl. Mokal 2005, p. 1 en Finch & Milman 2017, p. 9. Zie uitgebreid over al deze theorieën Tollenaar 2016, §2.2 e.v.; Couwenberg 1997, p. 64 e.v.; Mennens 2020, p. 155. Zie ook Vriesendorp 2009, p. 560.
Kamerstukken II 2017/18, 34851, nr. 3, p. 47-48.
HvJ EU 19 april 2012, ECLI:EU:C:2012:219, r.o. 10 (Bonnier Audio e.a.).
EDPB 10/2020, rn. 27.
Een beperking van de rechten van betrokkenen dient te worden vastgesteld bij nationaal of Europees recht.1 Dit hoeft volgens de AVG geen wet in formele zin te zijn. Een ‘lidstaatrechtelijke bepaling’ – waarvan de AVG spreekt – hoeft niet door het parlement te zijn vastgesteld. De EDPB stelt dat: “Depending on the degree of interference of the restriction, a particular legislative measure, taking into account the level of norm, could be required at national level”.2 Dit kan impliceren dat heel ingrijpende beperkingen van de rechten van betrokkenen wel in nationale wetgeving moeten worden vastgelegd.
Op welk niveau ook wordt gereguleerd, een regel moet duidelijk en nauwkeurig zijn en de toepassing daarvan moet voorspelbaar zijn.3 De bepaling moet personen een ‘adequate indicatie’ geven van de voorwaarden die gelden om de rechten van betrokkenen te beperken.4 Bovendien moet de nationale beperking op basis van artikel 23 AVG voldoen aan de vereisten van artikel 52 lid 1 EU-Handvest. Dat betekent vooral dat de getroffen beperkingen proportioneel moeten zijn en niet verder gaan dan strikt noodzakelijk.5 De regel moet daarnaast ten minste een aantal specifieke bepalingen bevatten, die omschreven staan in artikel 23 lid 2 AVG. Dit betreft onder meer het toepassingsgebied van de ingevoerde beperkingen, de risico’s voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen, en het recht van betrokkenen om van de beperking op de hoogte te worden gesteld.6
Daarnaast moet een beperking een noodzakelijke en evenredige maatregel zijn ter waarborging van een van de doelen die vermeld staan in artikel 23 lid 1 AVG.7 Een beperking mag alleen in specifieke omstandigheden worden toegepast.8 Slechts één van deze limitatief opgesomde doelen is relevant voor het belang dat wordt gediend met de faillissementsprocedure en de doelmatige afwikkeling daarvan:9 het waarborgen van “andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang van de Unie of van een lidstaat, met name een belangrijk economisch of financieel belang”.10 Deze waarborg is algemeen geformuleerd, waardoor er verschillende zaken onder kunnen worden geschaard.11 Uit de AVG volgt niet precies wat onder deze belangrijke doelstellingen van algemeen belang valt. Wel duidt het gebruik van de term ‘belangrijk’ erop dat niet elk algemeen belang volstaat.12 De EDPB geeft als voorbeelden bijvoorbeeld het bijhouden van openbare registers om redenen van algemeen belang of de verdere verwerking van gearchiveerde persoonsgegevens om specifieke informatie te verstrekken in verband met het politieke gedrag onder voormalige totalitaire regimes, en geeft bovendien aan dat het niet mag gaan om de financiële lasten voor een overheidsbegroting.13
Ik denk dat het goede verloop van een faillissementsprocedure een belangrijke doelstelling van algemeen belang is. Alle landen in de EU kennen een faillissementsregeling of een daarmee vergelijkbare procedure.14 De verschillende rechtvaardigingstheorieën voor het bestaan van een faillissementsprocedure hebben gemeen dat zij alle veronderstellen dat het bestaan van faillissementsrecht noodzakelijk is voor een eerlijke, ordelijke en efficiënte omgang met bedrijven in financiële moeilijkheden.15 Het bestaan van zo’n procedure is van belang voor de economische stabiliteit en het financierings- en investeringsklimaat. Ik meen dat het bestaan van een faillissementsprocedure dan ook een belangrijke doelstelling in de zin van artikel 23 lid 1 AVG is. Het bestaan van een doelmatige faillissementsprocedure rechtvaardigt daarmee dat de rechten van betrokkenen in bepaalde gevallen worden beperkt.
Dit mag echter slechts indien de beperking noodzakelijk is16 en betekent niet dat iedere beperking van de rechten van betrokkenen is toegestaan. Een beperking moet “de wezenlijke inhoud van de grondrechten en fundamentele vrijheden onverlet” laten en noodzakelijk en evenredig zijn.17 Wat dit betekent, wordt verduidelijkt in overweging 73 AVG: “[…] beperkingen moeten in overeenstemming zijn met de vereisten van het EU-Handvest en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden”.18 Een beperking moet daarnaast in lijn zijn met de beginselen van Unierecht.19 Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat een beperking maar voor een korte periode bestaat of bijvoorbeeld wordt opgeheven zodra het onderzoek van de curator is afgerond.20 Een beperking moet dus absoluut noodzakelijk zijn voordat de rechten van betrokken kunnen worden beperkt.