Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/5.6.3
5.6.3 Redelijke vergoeding
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675718:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ausloos & Dewitte 2018, §3.1.
Zie hierover uitgebreider WP29 2016, p. 13.
Deze kosten mochten niet zo hoog zijn dat zij een obstakel konden vormen voor de uitoefening van het recht op toegang, zie: HvJ EU 12 december 2013, ECLI:EU:C:2013:836, r.o. 29 (X).
Overweging 46 van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming) /* COM/2012/011 final - 2012/0011(COD), Document 52012PC0011 via eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex:52012PC0011.
De parlementaire commissie Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.
Amendement 105 van Amendementen 001-207 ingediend door de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. Verslag 22 november 2013 van Jan Philipp Albrecht (A7-0402/2013) over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming) (2012/0011(COD)) en bij Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 12 maart 2014 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. …/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming), Document 52014AP0212, via eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=celex:52014AP0212 en europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+REPORT+A7-2013-0402+0+NOT+XML+V0//NL#.
Motivering van de Raad: Standpunt (EU) nr. 6/2016 van de Raad in eerste lezing met het oog op de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), Document 52016AG0006(02), 2016/C 159/02, via eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex:52016AG0006(02).
Een andere optie die aangehaald kan worden, is dat de faillissementscurator recht heeft op een redelijke vergoeding van de betrokkene. Dit zorgt ervoor dat de schuldeisers of de curator zelf niet langer alle kosten dragen voor de uitoefening van de rechten van betrokkenen. Dit verhoogt ook de drempel voor betrokkenen om hun rechten uit te oefenen.1 Hierdoor kan tevens de werkdruk voor de curator dalen. Al met al zou een redelijke vergoeding kunnen zorgen voor een betere balans tussen de belangen van betrokkenen en andere belangen tijdens faillissement. Vanuit faillissementsrechtelijk perspectief is dit een redelijke oplossing: betrokkenen worden dan niet langer beschouwd als personen met een fundamenteel recht maar als schuldeisers die moeten accepteren dat ze vanwege het faillissement niet per definitie krijgen waar zij recht op hebben – de kosteloze uitoefening van hun rechten – terwijl ze tegelijkertijd alsnog een voorkeurspositie genieten in faillissement. Zij kunnen immers hun rechten volledig uitoefenen door een redelijke vergoeding te betalen.
Zo’n vergoeding kan ook worden gezien als een beperking van de reikwijdte van de rechten van betrokkenen. Deze beperking past echter in het geheel niet binnen het systeem van de AVG. De AVG geeft expliciet aan dat de verwerkingsverantwoordelijke altijd kosteloos moet voldoen aan de rechten van betrokkenen, behalve als het gaat om kennelijk ongegronde of buitensporige verzoeken.2 De verwerkingsverantwoordelijke moet bijvoorbeeld de eerste kopie van persoonsgegevens van een betrokkene kosteloos verstrekken en kosteloos informatie verstrekken.3
De AVG verschilt op dit punt duidelijk van zijn voorganger, de Europese gegevensbeschermingsrichtlijn.4 Waar artikel 12a Gegevensbeschermingsrichtlijn stelde dat het recht van de betrokkene moest worden gegarandeerd “zonder bovenmatige kosten”,5 is de mogelijkheid om een vergoeding te vragen uit de AVG nagenoeg verdwenen.
Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de AVG volgt dat dit een bewuste keuze is geweest van de Europese wetgever. In een ontwerpversie van de AVG uit 2012 staat al in de considerans dat betrokkenen kosteloos moeten kunnen verzoeken om “met name toegang tot gegevens, rectificatie, uitwissing en uitoefening van het recht van bezwaar”.6 De EP- Commissie LIBE7 heeft in 2014 een amendement voorgesteld om expliciet te benoemen dat de rechten van de betrokkene “in het algemeen kosteloos” worden uitgeoefend.8 Ook de Raad van de Europese Unie vond deze kosteloosheid een belangrijk onderdeel van de beoogde sterkere positie voor betrokkenen en stelde dat aan verzoeken “in de regel gratis moet worden voldaan”.9 In de uiteindelijke tekst is opgenomen dat zowel het verstrekken van informatie als het uitvoeren van verzoeken van betrokkenen kosteloos moet gebeuren. Het feit dat de rechten van betrokkenen altijd kosteloos kunnen worden ingeroepen, is een belangrijke verandering in de AVG ten opzichte van de richtlijn. De AVG laat hiermee geen ruimte om in bepaalde situaties een vergoeding te vragen van betrokkenen.