Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/16.5.3:16.5.3 Gelijk kiesrecht
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/16.5.3
16.5.3 Gelijk kiesrecht
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947852:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de fase van de kandidaatstelling speelt het uitgangspunt van gelijk kiesrecht een rol in de discussie over de noodzaak van regels omtrent de democratische vaststelling van de kandidatenlijst. 1Een waarborg voor interne partijdemocratie op dit gebied zorgt ervoor dat het passieve kiesrecht voor kiezers (in de hoedanigheid van partijleden), in ieder geval tot op zekere hoogte, in gelijke mate is gewaarborgd. Bij welke partij kiezers zich ook aansluiten, overal kunnen zij hun invloed op de samenstelling van de kandidatenlijst laten gelden.
Voor wat betreft de verkiezingscampagne noopt het uitgangspunt van gelijk kiesrecht, of concreter het uitgangspunt van kansengelijkheid, tot aanpassing van de voorwaarden voor de subsidiegerechtigdheid van partijen.2 De huidige regeling miskent dat organisatorische eisen aan politieke partijen – de verenigingsvorm en de duizendledeneis – niet langs de weg van de subsidiëring moeten worden geregeld.3 Vanuit het oogpunt van kansengelijkheid zou subsidie simpelweg moeten toekomen aan alle partijen die een kandidatenlijst hebben ingediend en zetels behaald hebben. 4Eisen aan verkiezingsdeelname moeten in de fase van de kandidaatstelling worden gesteld. Ik roep daarbij opnieuw mijn pleidooi voor regels omtrent een democratische vaststelling van de kandidatenlijst (inclusief het vereiste dat partijen zich voor leden moeten openstellen) in herinnering.
In de fase van de stemmingen spitsen bezwaren in het licht van het vrije kiesrecht zich toe op de huidige volmachtregeling. Die regeling is niet alleen bezwaarlijk in het licht van de stemvrijheid en het stemgeheim, zoals ik in de vorige subparagraaf reeds aangaf, maar ook in het licht van het uitgangspunt van ‘one man, one vote’. De volmachtstem brengt het risico met zich dat de gevolmachtigde de volmacht als een eigen, tweede stem benut. Uit onderzoek tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 bleek dat dit risico zich ook daadwerkelijk verwezenlijkt: een derde van de ondervraagde gevolmachtigden gaf aan te zijn vrijgelaten bij het uitbrengen van de volmachtstem. 5 De in de vorige subparagraaf genoemde maatregelen kunnen helpen om de schaal waarop deze risico’s optreden, te doen afnemen.