Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/6.1.3.1
6.1.3.1 Hypotheek
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS614937:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit artikel regelt dat aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken over en weer verplicht zijn te voldoen aan redelijke verzoeken tot het medegebruik van de voorzieningen waarop de gedoogplicht van toepassing is. Het medegebruik betreft niet de kabeldraad of glasvezel zelf, enkel de voorzieningen ter zake van de aanleg en instandhouding van kabels. Het verplichte medegebruik is altijd gekoppeld aan de gedoogplicht. Het afdwingen van toegang tot een niet onder de gedoogplicht vallende voorziening is alleen mogelijk op basis van een op grond van artikel 6a.2 jo. 6a.6 Tw aan een onderneming met aanmerkelijke marktmacht opgelegde toegangsverplichting, zie: Kamerstukken II 2004/05, 29 834, nr. 3, p. 60.
Op basis van het gewijzigde artikel 3:17 eerste lid, sub k BW is thans aanleg van een net een inschrijfbaar feit. Dit is gunstig omdat de (verdere) aanleg van een net gefmancierd kan worden door middel van een hypotheekrecht. Bij fmancieringen zullen hypotheekrechten gevestigd moeten worden, conform de vereisten die aan het vestigen van een hypotheekrecht zijn verbonden (artikel 3:260 BW). In zijn algemeenheid geldt bij het vestigen van een hypotheekrecht dat wanneer een hypotheekgever aan de verhypothekeerde zaak bestanddelen toevoegt deze bestanddelen in beginsel onder het hypotheekrecht vallen (artikel 3:227, tweede lid BW). Wanneer een neteigenaar zijn (verhypothekeerde) net gaat uitbreiden, zal de uitbreiding van het net dus in beginsel onder het hypotheekrecht vallen, tenzij de uitbreiding als een zelfstandige zaak kan worden beschouwd die na aanleg als een zelfstandig net in de openbare registers wordt ingeschreven. Indien de hypotheekgever het net uitbreidt zonder dat hij verplicht is deze uitbreiding tot onderpand voor de vordering te doen strekken, dan is hij bevoegd deze uitbreiding weg te nemen (conform artikel 3:266 BW), tenzij dit bij de akte is verboden. Verder zullen bij vestiging van een hypotheekrecht ten behoeve van een net de nodige bijzondere bedingen opgenomen kunnen worden, zoals het huurbeding (artikel 3:264 BW). Op basis van genoemd beding kan de hypotheekgever beperkt worden om het registergoed te verhuren. Hij zal dan eerst toestemming moeten vragen aan de hypotheekhouder voordat hij tot eventuele verhuur kan overgaan. Wanneer een zodanig beding is opgenomen in de hypotheekakte ten behoeve van een net dat bestaat uit beschermings- en ondersteuningswerken (bijvoorbeeld: kabelgoten, kabelsleuven, mantelbuizen of handholes), zal de hypotheekgever dan ook toestemming moeten vragen aan de hypotheekhouder op het moment dat de hypotheekgever een verzoek krijgt tot medegebruik op grond van artikel 5.12 Tw?1 In beginsel wel, althans wanneer de hypotheekhouder een economisch belang heeft in de telecomaanbieder dan zal de hypotheekgever om toestemming moeten vragen conform artikel 5.12, tweede lid Tw: In het geval dat voor het verlenen van medegebruik toestemming van een derde is vereist, is deze daartoe slechts gehouden indien het een redelijk verzoek betreft en hij: (a) direct of indirect een relevant economisch belang heeft in de wanbieder, bedoeld in het eerste lid, tot wie het verzoek is gericht.
Een ander beding dat in beginsel ook in de hypotheekakte kan worden opgenomen is het beheersbeding. Dat wil zeggen dat de hypotheekhouder het net in beheer mag nemen als de hypotheekgever in ernstige mate tekortschiet in zijn verplichtingen en de voorzieningenrechter een machtiging verleent aan de hypotheekhouder om het net in beheer te nemen. Tevens kan in de hypotheekakte opgenomen worden dat de hypotheekhouder bevoegd is de aan de hypotheek onderworpen zaak onder zich te nemen voor zover dit met het oog op de executie nodig is (artikel 3:267 BW). Indien het verhypothekeerde net beschermings- en ondersteuningswerken (mantelbuizen) betreft dat in medegebruik is gegeven conform artikel 5.12 Tw én in de hypotheekakte géén huurbeding is opgenomen, is genoemd beheersbeding wellicht nog een instrument om met het oog op de executie ontruiming te bewerkstelligen zodat het net 'leeg' of vrij van gebruik kan worden verkocht.