Medezeggenschap en de spanning tussen WOR en Ondernemingsrecht
Einde inhoudsopgave
Medezeggenschap en spanning tussen WOR en Ondernemingsrecht (VDHI nr. 117) 2013/1.5:1.5 Plan van behandeling
Medezeggenschap en spanning tussen WOR en Ondernemingsrecht (VDHI nr. 117) 2013/1.5
1.5 Plan van behandeling
Documentgegevens:
Mr. J.J.M. van Mierlo, datum 01-08-2013
- Datum
01-08-2013
- Auteur
Mr. J.J.M. van Mierlo
- JCDI
JCDI:ADS483763:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoofdstuk II betreft de vraag wat moet worden verstaan onder medezeggenschap en onder de verschillende vormen van medezeggenschap die wij kennen, om daarmee inzichtelijk te maken wat de directe medezeggenschap is die in mijn onderzoek centraal staat. Ook het historisch perspectief van de medezeggenschap die in 1950 vorm werd gegeven in de Wet op de ondernemingsraden komt aan de orde, alsmede belangrijke ontwikkelingen nadien die aan de basis hebben gelegen van wijzigingen in de Wet.
In hoofdstuk III bespreek ik de begrippen die van belang zijn voor de medezeggenschap in het algemeen, en voor directe medezeggenschap in relatie tot de vennootschap in het bijzonder. Aandacht gaat daarbij onder meer uit naar de begrippen onderneming, bestuurder en de in een groep verbonden ondernemers in de Wet op de ondernemingsraden. Ik ga ook in op de verhoudingen tussen de verschillende organen in de naamloze en de besloten vennootschap zoals die voortvloeien uit verschillende bepalingen in Boek 2 BW en op de behartiging van de betrokken belangen door die organen.
Hoofdstuk IV is gewijd aan het overleg van de ondernemingsraad met de ondernemer dat plaats vindt in de daartoe bij de wetswijziging van 1979 in het leven geroepen overlegvergadering. In dat kader ga ik in op de bespreking van onderwerpen die verband houden met de vennootschap die de onderneming in stand houdt en met het grotere geheel van vennootschappen waar de ondernemer deel van uitmaakt. Daarbij zal naar voren komen dat een spanning bestaat tussen verplichtingen van de ondernemer uit hoofde van de Wet op de ondernemingsraden en die uit hoofde van de Wet financieel toezicht. Ook komt de verplichte aanwezigheid bij het overleg van de commissarissen van de ondernemer dan wel van bestuurders van de grootaandeelhouder(s) ter sprake.
In Hoofdstuk V bespreek ik de naar mijn mening belangrijkste bevoegdheid van de ondernemingsraad: het adviesrecht uit hoofde van art. 25 WOR met betrekking tot belangrijke bedrijfseconomische besluiten van de ondernemer. Bijzondere aandacht gaat uit naar toerekening en vereenzelviging, technieken die in de rechtspraak zijn ontwikkeld om te bewerkstelligen dat bepaalde besluiten van derden onder het bereik van art. 25 WOR vallen, en naar de vraag wat de gevolgen voor de medezeggenschap zijn van veranderende zeggenschapsverhoudingen tussen de organen van de vennootschap. Tenslotte komen enige bijzondere voorgenomen besluiten aan bod, waaronder dat tot overdracht van de zeggenschap in de ondernemer, dat tot wijziging van de verdeling van de bevoegdheden binnen de ondernemer, en dat tot benoeming of ontslag van een bestuurder. Mijn onderzoek sluit ik af met een samenvatting en een afrondende conclusie in hoofdstuk VI en met een Engelse vertaling daarvan in hoofdstuk VII. Literatuur en jurisprudentie tot mei 2013 heb ik bij mijn onderzoek kunnen betrekken.