Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg
Einde inhoudsopgave
Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg (MSR nr. 74) 2019/6.4.3:6.4.3 Contractuele binding en representativiteit
Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg (MSR nr. 74) 2019/6.4.3
6.4.3 Contractuele binding en representativiteit
Documentgegevens:
Mr. N. Jansen, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. N. Jansen
- JCDI
JCDI:ADS399433:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van alle hiervoor in paragraaf 6.3.4 besproken uitspraken stond alleen in de Transavia-zaak de mate van representativiteit van de betrokken vakbonden ter discussie. In de andere zaken stond in rechte vast dat de vakbonden die de cao hadden gesloten niet-representatief waren en dat de FNV (die in al deze zaken geen partij was bij de nieuwe cao en bij de oude cao wel) wel representatief was. In die zaken zijn geen gezichtspunten te vinden die bij de beoordeling van de mate van representativiteit relevant (kunnen) zijn.
In de Transavia-zaak stond de toepasselijkheid van de cao Transavia Grondpersoneel centraal die gold voor ongeveer 600 werknemers. Van deze 600 werknemers waren er ongeveer 200 georganiseerd en 1/3 van de georganiseerde werknemers (70-87 werknemers) werd vertegenwoordigd door FNV. Dit kwam neer op een organisatiegraad van 15%. De CNV vertegenwoordigde zes werknemers, De Unie ongeveer 35 werknemers en vakbond NVLT vertegenwoordigde 79-86 werknemers. NVLT was overigens een categorale vakbond omdat hij slechts opkomt voor de belangen van technici en ook alleen technici lid kunnen worden van NVLT. Van de 600 werknemers voor wie de cao geldt, zijn ongeveer 150 werknemers als technici werkzaam. Wanneer alle vakbonden mee zouden onderhandelen over de cao, dan zouden de vakbonden 33% van de werknemers vertegenwoordigen. Zonder FNV zou dit percentage ongeveer 20% zijn. De Kantonrechter Haarlem overwoog dat vakbond NVLT als categorale vakbond die ongeveer de helft van de technici organiseert, niet als representatieve vakbond voor (al) het grondpersoneel kan worden aangemerkt. Deze overweging komt overeen met de overweging van het Gerechtshof Amsterdam uit 2010 in de zaak waarin NVLT toelating tot het cao-overleg bij CHC vorderde. Zonder NVLT vertegenwoordigden CNV en De Unie minder dan 10% van de werknemers die onder de cao vielen en dat vond de Kantonrechter Haarlem onvoldoende representatief.