Antichresis en pandgebruik
Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/6.5.1:6.5.1 Totstandkoming
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/6.5.1
6.5.1 Totstandkoming
Documentgegevens:
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264566:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Huber 2011, p. 17-18; Roth & Kieninger 2019, nr. 398.104.
§398 BGB; Bülow 2017, nr. 1368 en nr. 1377-1378; Roth & Kieninger 2019, nr. 398.3.
Huber 2011, p. 19; Bülow 2017, nr. 1370; Roth & Kieninger 2019, nr. 398.104.
Huber 2011, p. 90; Bülow 2017, nr. 1373; Roth & Kieninger 2019, nr. 398.106-107.
Huber 2011, p. 50; Bülow 2017, nr. 1373 en 704.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Sicherungsabtretung (zekerheidscessie) is een populairdere vorm van zekerheid op vorderingen dan het pandrecht. De reden hiervoor is dat zekerheidscessie zonder mededeling kan geschieden, terwijl het pandrecht op vorderingen wel een mededeling vereist. De zekerheidscessie is, net als de zekerheidsoverdracht, niet in de wet geregeld. Zij is ontwikkeld in de rechtspraktijk.1 Op de zekerheidscessie zijn de vereisten van een geldige cessie van toepassing: beschikkingsbevoegdheid en een geldige overeenkomst van Abtretung (cessie).2 Een mededeling aan de schuldenaar is niet vereist.3
Doordat een zekerheidscessie stil geschiedt, heeft de zekerheidscessionaris geen inningsbevoegdheden ten aanzien van de gecedeerde vordering voordat de cedent in verzuim komt met de terugbetaling van de door de zekerheidscessie gesecureerde vordering.4 Vóór verzuim krijgt de zekerheidscessionaris dus geen recht van pandgebruik op de gecedeerde vordering. Na verzuim is de zekerheidscessionaris bevoegd de gecedeerde vordering te innen. De vordering en de verschuldigde rente daarover komen toe aan de zekerheidscessionaris.5 Vanaf verzuim is de zekerheidscessionaris dus gerechtigd tot de hoofdsom en de burgerlijke vruchten (rente) daarover. Deze gerechtigdheid tot de vruchten wordt in de Duitse literatuur niet aangeduid als een recht van pandgebruik. Zij is naar mijn mening echter wel materieel een recht van pandgebruik op vorderingen. Een van de rechtsgevolgen van de vestiging van een recht van pandgebruik (Nutzungspfand) op een vordering is immers dat de pandhouder gerechtigd is tot de rente (burgerlijke vruchten) over de verpande vordering: de rente komt de pandgebruiker toe alsof zij aan hem gecedeerd is. De rente die de zekerheidscessionaris heeft geïnd komt bovendien in mindering op de gesecureerde vordering.6 Hetzelfde geldt voor de rente die de pandgebruiker heeft geïnd.