Antichresis en pandgebruik
Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/6.2:6.2 Pandrecht
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/6.2
6.2 Pandrecht
Documentgegevens:
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264558:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Motive BGB, p. 800-802; Zwalve 2006, p. 528-530; Damrau 2020, nr. 1253.1. Het BGB regelt wel wettelijke stille pandrechten: het Vermieterpfandrecht (§§562-562d BGB) en het Werkunternehmerpfandrecht (§647 BGB). Hoewel deze pandrechten in de Duitse rechtspraktijk belangrijk zijn, laat ik ze voor dit hoofdstuk grotendeels buiten beschouwing. Doordat deze pandrechten stille pandrechten zijn, heeft de pandhouder immers geen recht van pandgebruik.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het BGB kent enkel een vuistpandrecht als zekerheidsrecht op roerende zaken en vermogensrechten. De pandgever dient het pandobject af te geven aan de pandhouder of een derde (Faustpfandprinzip). Een stil pandrecht is niet toegestaan, omdat hiervan geen publiciteit uitgaat.1
6.2.1 Vestiging van pandrecht en recht van pandgebruik6.2.2 Goederenrechtelijke bescherming6.2.3 Bevoegdheden uit het recht van pandgebruik6.2.4 Verzuim en faillissement6.2.5 Aansprakelijkheid voor onbevoegd gebruik6.2.6 Functies van het recht van pandgebruik