Voor risico van de ondernemer
Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/4.9:4.9 Conclusie
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/4.9
4.9 Conclusie
Documentgegevens:
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS714037:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk stond de vraag centraal of de rechter bij het vaststellen van het juridisch daderschap van de rechtspersoon dient aan te knopen bij de fysieke gedraging van een fysiek verrichter (indirect daderschap) of dat hij, in specifieke gevallen van arbeidsdeling en structurele fouten, het daderschap op directe wijze kan vaststellen. In de rechtspraak wordt het daderschap van de rechtspersoon niet vaak ter discussie gesteld. Op basis van de rechtspraak van de Hoge Raad is geconcludeerd dat het daderschap van de rechtspersoon in ieder geval op indirecte wijze kan worden vastgesteld. In verscheidene zaken heeft de Hoge Raad zich over de vraag moeten buigen of het handelen van een functionaris in het maatschappelijk verkeer geldt als handelen van de rechtspersoon. In die gevallen was het mogelijk om een gedraging van een specifieke functionaris te identificeren. In de literatuur bestaat discussie over de vraag of het daderschap (ook) op directe wijze kan worden geconstrueerd. In de literatuur worden drie vormen van direct daderschap genoemd: de vermenselijkingsgedachte, de toestandstoerekening en de organisatieplicht. De vermenselijkingsgedachte moet worden verworpen, omdat zij niet strookt met de rechtspraak van de Hoge Raad en de opvattingen in de literatuur. Verder meen ik dat het daderschap van de rechtspersoon niet kan worden geconstrueerd door toestandstoerekening of het aannemen van een organisatieplichtschending. Mijns inziens vormt de fysieke gedraging van een functionaris het aanknopingspunt voor het daderschap van de rechtspersoon. Onder omstandigheden kan de rechter voorbij gaan aan het feit dat het onbekend is wie heeft gehandeld en zodoende abstraheren van de persoon van de functionaris, of kan de rechter een fictieve beleidshandeling aannemen, waardoor een minder indirecte vorm van daderschap ontstaat. Van direct daderschap in enge zin is echter geen sprake.