Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/V.4.4.2
V.4.4.2 Schadevergoeding
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460491:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Afdeling 6.1.10 BW bevat ook nog andere bepalingen die van invloed kunnen zijn op de schadevergoedingsplichtigheid van de leidinggevende, zoals de aanwezigheid van ‘eigen schuld’ zijdens eiser.
Voor een bestuursorgaan is het ingevolge de tweewegenleer en doorkruisingsleer echter soms niet mogelijk om de kosten die het maakt ter uitvoering van een publieke taak via privaatrechtelijke weg te verhalen. Zie HR 26 januari 1990, ECLI:NL:HR:1990:AC0965, NJ 1991/393 en recentelijk HR 15 mei 2021 ECLI:NL:HR:2020:890, AB 2020/319, m.nt. Van der Veen.
Dat laat onverlet dat de last onder bestuursdwang en dwangsom wel kunnen strekken tot het ongedaan maken van de schadelijke gevolgen van een milieuovertreding; bij een dergelijke last speelt schade dus wel een rol.
Vereisten
Waar in de andere rechtsgebieden het begaan van een milieuovertreding door een leidinggevende al bijna voldoende is voor zijn persoonlijke aansprakelijkheid, is het begaan van een milieuovertreding pas het begin voor aansprakelijkheid tot schadevergoeding. Voor het vestigen van aansprakelijkheid tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad bestaan vijf cumulatieve vereisten. Naast de 1) onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 lid 2 BW zijn voorts 2) toerekenbaarheid, 3) relativiteit, 4) schade, en 5) causaliteit vereist. Na de vestiging moet in de omvangsfase van de aansprakelijkheid nog worden vastgesteld dat de schade in redelijkheid aan de leidinggevende kan worden toegerekend.1
Toepassing
Wanneer compensatie wordt gezocht voor de (sanerings)kosten die zijn gemaakt in verband met een bedrijfsmatige milieuovertreding van een leidinggevende, dan is de privaatrechtelijke schadevergoedingsvordering op grond van onrechtmatige daad een voor de hand liggend middel.2
Een schadevergoedingsactie leent zich daarentegen minder goed voor het herstellen van de rechtmatige toestand of het voorkomen van een overtreding. De schadevergoeding is namelijk niet gericht op het beëindigen van de onrechtmatige daad (ook al kan het wel dit effect hebben) maar op het vergoeden van de schade die een ander ten gevolge van de onrechtmatige daad ondervindt. Om verder te gaan op het voorbeeld van de brandonveilige vuurwerkopslag: als een omwonende (nog) geen schadelijke gevolgen ondervindt van de ontbrekende brandwerende voorzieningen van een nabijgelegen vuurwerkopslag, heeft hij ondanks de toerekenbare schending van een rechtsplicht die ook strekt tot de bescherming van zijn belangen wegens een gebrek aan schade toch geen recht op schadevergoeding.
De schade staat centraal
Wat allereerst opvalt aan het juridische kader van de schadevergoedingsactie, is de nadruk op de schadelijke gevolgen van de milieuovertreding. Het begaan van een onrechtmatige daad door het schenden van een milieunorm is op zichzelf niet voldoende voor de privaatrechtelijke milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden: de aansprakelijkheid tot schadevergoeding komt pas in beeld wanneer de milieuovertreding ook schadelijke gevolgen heeft gehad voor de eisende partij. Dat is logisch want zonder schade is er ook niets te vergoeden, maar het is wel een noemenswaardig verschil met de remedies uit de eerdere rechtsgebieden. In het strafrecht en het bestuursrecht kan een leidinggevende ook worden gesanctioneerd voor onschadelijke milieuovertredingen.3
Bij de schadevergoedingsvordering is schade niet alleen een constitutief vereiste voor de aansprakelijkheid van de leidinggevende, het is ook in belangrijke mate bepalend voor de omvang van de aansprakelijkheid. Wanneer een leidinggevende stelselmatig ernstige milieuovertredingen begaat die door goed geluk nauwelijks schadelijke gevolgen hebben, zal een eventuele schadevergoedingsvordering ook laag uitvallen. Dit is dan ook een duidelijk verschil met de sancties uit de andere rechtsgebieden: in het strafrecht kan de leidinggevende een forse straf tegemoet zien voor het stelselmatig begaan van ernstige milieuovertredingen, en in het bestuursrecht kunnen de dwangsommen ook hoog oplopen.
In dit kader is het nog interessant om stil te staan bij het relatieve karakter van de privaatrechtelijke milieuaansprakelijkheid. De leidinggevende is alleen aansprakelijk jegens een derde voor de schade die hij heeft berokkend met de milieuovertreding, wanneer de geschonden milieunorm strekt tot de bescherming van de belangen van deze derde. Waar in het privaatrecht de bestudering van het beschermingsbereik van milieunormen een noodzakelijke stap is voor het opleggen van een schadevergoeding, kan in de andere rechtsgebieden voor het vestigen van de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden in het midden blijven welke belangen de geschonden milieunorm beoogt te beschermen.
Kortom, voor de aansprakelijkheid tot schadevergoeding dient veel verder te worden gekeken dan alleen de milieuovertreding. Een derde die schade ondervindt van een bedrijfsmatige milieuovertreding kan alleen zijn schade verhalen op een leidinggevende, wanneer hij aantoont dat juist die specifieke leidinggevende toerekenbaar onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld, en dat de leidinggevende hem hiermee schade heeft berokkend.