Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/8.6.b
8.6.b Werklast en verlofstelsels
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS604706:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In het jaar 2011, vlak voor inwerkingtreding van het selectiestelsel, werden van de circa 2200 beroepen waarin een schriftuur was ingediend 1165 beroepen volledig met artikel 81 RO afgedaan (53%). In 2015 werden van de circa 2700 beroepen waarin een schriftuur was ingediend 1670 beroepen met artikel 80a RO afgedaan (62%) en 413 beroepen volledig met artikel 81 RO verworpen (15%; totaal 76%). In 2016 is het percentage vereenvoudigde afdoeningen in totaal 75% (waarvan 63% 80a RO). Zie Cijfers uit bijlagen van Hoge Raad 2012, Hoge Raad 2016 en Hoge Raad 2017.
Cijfers uit bijlagen van Hoge Raad 2014 tot en met Hoge Raad 2017; vóór 2013 werden alleen de gemiddelde doorlooptijden bekend gemaakt van herzieningszaken, zaken over beschikkingen en beroepen tegen uitspraken waarin een schriftuur was ingediend. Vergelijking met de gemiddelde doorlooptijd van alle zaken vanaf 2013 is niet goed mogelijk.
Cijfers uit bijlagen van Hoge Raad 2013 tot en met Hoge Raad 2016; deze afname wordt vooral verklaard door een toename in het aantal uitspraken per jaar (circa 3500 in 2012, gestaag toenemend tot 4900 in 2015) en slechts in beperkte mate door een toename in het aantal intrekkingen.
Zie aldus over hoger beroep Van Kempen & Pesselse 2014, p. 97-98.
Wat er ook zij van bovenstaande methodologische voorbehouden en conceptuele nuances, op het eerste gezicht is het aannemelijk dat verlofstelsels aan werklastvermindering bijdragen. De artikelen 410a Sv en 80a RO zijn hiervoor illustratief.
Verlofweigering in hoger beroep belast de capaciteit van een gerechtshof minder dan meervoudige of enkelvoudige reguliere afdoening van een appel. In de verlofprocedure van artikel 410a Sv kan immers worden volstaan met schriftelijke en tamelijk globale beoordeling door één raadsheer en voldoet een standaardmotivering. Werklastverlichting lijkt daarnaast aannemelijk voor de Hoge Raad, omdat bij afwijzing van verlof tot hoger beroep geen cassatieberoep is toegelaten, alsook voor de eerste aanleg, omdat in verlofgevallen in beginsel wordt volstaan met een stempelvonnis.
Ook artikel 80a RO leidt op het eerste gezicht tot werklastverlichting. Niet alleen verschilt de afdoening van cassatieberoepen onder artikel 80a RO qua processtappen, aard van toetsing en motivering in zekere mate van de vereenvoudigde afdoening die reeds vóór 2012 mogelijk was, daarnaast breidt artikel 80a RO vooral de reikwijdte van vereenvoudigde behandeling van cassatieberoepen uit. Die ruimte wordt in de praktijk benut. In 2016 deed de strafkamer van de Hoge Raad 75% van de cassatieberoepen waarin middelen zijn ingediend met artikel 80a RO of volledig met artikel 81 RO af.1 Vermoedelijk als gevolg hiervan zijn sinds het jaar 2013 de doorlooptijden voor alle beroepen in cassatie en herzieningen in strafzaken met ongeveer drie maanden afgenomen van gemiddeld 316 dagen per jaar in 2013 tot gemiddeld 232 dagen per jaar in 2016.2 Daarnaast blijkt dat de werkvoorraad is afgenomen van circa 3500 strafzaken op 31 december 2012 tot circa 2300 zaken op 31 december 2015.3 De strafkamer van de Hoge Raad maakt dus een inhaalslag, wat vóór de doeltreffendheid van artikel 80a RO spreekt.
Verlofstelsel lijken dus effectief, omdat zij de bewerkelijkheid per zaak en daarmee de werkbelasting verminderen. Echter, door het verdragsrecht in- gegeven veranderingen kunnen vooral in hoger beroep effectiviteitsbelemmeringen veroorzaken, aangezien eisen van verdragsrecht (kunnen) nopen tot uitgebreider verlofonderzoek en minder verlofverlening.4 Belangrijker is dat bij de effectiviteit van verlofstelsels twee min of meer inherente vraagtekens kunnen worden geplaatst.