De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/2.4.2:2.4.2 Aanzetten tot afschaffing van grenscontrole op de groene kaart
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/2.4.2
2.4.2 Aanzetten tot afschaffing van grenscontrole op de groene kaart
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS397166:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 2.3.
Zie Schmitt, p. 74 e.v.
Verdrag van 7 januari 1955, Tri). 1955, nr. 16.
Aanvullende overeenkomst van 3 juli 1956, Tri). 1956, nr. 75.
Verdrag van 24 mei 1966, Tri). 1966, nr. 178.
Zie R. van Emden, De Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, Deventer: Kluwer 2007, p. 14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een tweede ontwikkeling is inhoudelijk van aard. De brede invoering van de verzekeringsplicht in (West-)Europa en de - in het algemeen - effectieve handhaving ervan, maken het mogelijk om na te denken over afschaffing van de controle op de groene kaart. Dit streven mondt uiteindelijk uit in de le Richtlijn, die de grenscontrole binnen de Gemeenschap afschaft.
Deze richtlijn heeft de ontwikkeling van het afschaffen van grenscontroles een krachtige impuls gegeven, maar was bepaald niet revolutionair. De Europese Gemeenschap heeft zich op bestaande voorbeelden gebaseerd.
Te wijzen valt in de eerste plaats op het al in de jaren dertig in de Noordse landen ingevoerde stelsel.1
In 1959 vragen het Belgische en het Duitse Bureau, zij het om verschillende redenen, in de Algemene Vergadering van de Council of Bureaux aandacht voor de mogelijkheid om af te zien van het IVB als grensdocument. Het Belgische Bureau voorziet, denkend aan de ontwikkelingen in de Benelux, dat grenscontroles binnen een periode van tien à vijftien jaar geleidelijk zullen worden afgeschaft en dat dan alternatieven voor het IVB moeten worden gevonden. De Duitse verzekeraars wijzen op de kosten die met het invullen (toen nog niet geautomatiseerd) en verstrekken van groene kaarten gemoeid zijn en stellen voor de dekking te baseren op de kentekenplaat.
De discussies over dit vraagstuk binnen de Council leiden tot de Zürich Recommendations, die eind 1959 aan de leden van de Council worden toegezonden. Deze aanbeveling heeft de vorm van een modelovereenkomst, door twee Bureaus bilateraal te sluiten, waarbij zij afspreken er, eenzijdig of over en weer, van uit te gaan dat voertuigen die in het ene land zijn geregistreerd en daar onderworpen aan verzekeringsplicht, geacht worden daadwerkelijk verzekerd te zijn en in het bezit te zijn van een groene kaart. Inderdaad: rudimentair het systeem van de le Richtlijn. Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Tsjecho-Slowakije sluiten in de jaren vijftig en zestig overeenkomsten volgens dit model op grond waarvan de grenscontrole op de groene kaart kan worden afgeschaft 2
Voor ons land geldt de Benelux-Overeenkomst uit 1966 als het beginpunt van de afschaffing van de grenscontrole op verzekering voor voertuigen uit de andere Benelux-landen.
Deze overeenkomst is bepaald niet van de ene op de andere dag tot stand gekomen. Reeds in 1954 bood de Belgisch-Nederlands-Luxemburgse Studiecommissie tot de eenmaking van het recht aan de Regeringen der drie lidstaten een ontwerpverdrag aan met bijbehorende Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. Een in 1955 ondertekend verdrag3 en een in 1956 ondertekende aanvullende overeenkomst4 zijn nooit bekrachtigd; zij zijn vervangen door een nieuw Verdrag van 24 mei 1966, door Nederland bekrachtigd in 1967, door België in 1968 en door Luxemburg eerst in 1976.5 Dit Verdrag is daarmee pas in werking getreden op 1 juni 1976. De Nederlandse Wam, die in 1965 is ingevoerd, derhalve voor het uiteindelijk in 1976 in werking treden van het Verdrag uit 1966, is afgestemd op de overeenkomsten uit 1955 en 1956 en bij wet van 22 december 1966 aan het in dat jaar tot stand gekomen verdrag aangepast.
In de Benelux-Overeenkomst is voorzien in een verplichte dekking in de drie Benelux-landen, die het mogelijk maakt de controle op de groene kaart voor gewoonlijk in deze landen gestalde motorrijtuigen af te schaffen. De Bureaus van de drie landen garanderen dat schaden door ongevallen, op hun grondgebied veroorzaakt door gewoonlijk op het grondgebied van de twee andere landen gestalde motorrijtuigen, zullen worden geregeld ongeacht of het aansprakelijke voertuig verzekerd is of niet.
Door de EU-wetgeving heeft de Benelux-Overeenkomst inmiddels haar belang (grotendeels) verloren.6