De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/1.3.1:1.3.1 Afbakening
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/1.3.1
1.3.1 Afbakening
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649694:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Waarbij ik opmerk dat het ook mogelijk is dat van de NV of BV tegelijkertijd (certificaten van) aandelen aan verschillende systemen zijn genoteerd.
Of ‘beursgenoteerde vennootschap’, of ‘vennootschap met een notering’.
Of ‘beursgenoteerde NV’ of ‘NV met een notering’.
Of ‘beursgenoteerde BV’ of ‘BV met een notering’.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De titel van dit proefschrift luidt “De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen”. Dat de studie beperkt is tot kapitaalvennootschappen wil zeggen dat zij enkel betrekking heeft op NV’s en BV’s. Nederlandse SE’s worden buiten beschouwing gelaten. De volgende NV’s en BV’s zijn te onderscheiden:
De NV zonder notering;
de NV met een notering aan een gereglementeerde markt als bedoeld in art. 1:1 Wft;
de NV met een notering aan een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem;
de NV met een notering aan een multilaterale handelsfaciliteit;
de NV met een notering aan een met een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem;
de BV zonder notering;
de BV met een notering aan een gereglementeerde markt als bedoeld in art. 1:1 Wft;
de BV met een notering aan een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem;
de BV met een notering aan een multilaterale handelsfaciliteit;
de BV met een notering aan een met een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem.1
Ten behoeve van de leesbaarheid onderscheid ik niet steeds de bovenstaande tien ‘typen’ vennootschappen. Als ik spreek over een ‘beursvennootschap’2 moeten daaronder, hoewel juridisch niet helemaal correct, de onder 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9 en 10 genoemde vennootschappen worden verstaan. In lijn hiermee dekt de term ‘beursNV’3 alle onder 2, 3, 4 en 5 genoemde NV’s en de term ‘beursBV’4 alle onder 7, 8, 9 en 10 genoemde BV’s. Alleen daar waar het gaat over het toepassingsbereik van bepaalde regels onderscheid ik de verschillende typen beursvennootschappen nader.
Het steeds terugkerende onderscheid tussen beursvennootschappen en niet-beursvennootschappen voert terug op de gedachte dat bij veel beursvennootschappen normaliter het grootste gedeelte van de stemmen via volmacht wordt uitgebracht. Ik ben van mening dat dit gegeven van invloed is op de eisen die worden gesteld aan de vermelding van stempunten. Voorts meen ik dat de hoeveelheid via volmacht uitgebrachte stemmen van invloed is op de mate waarin en het tijdstip waar tot bepaalde wijzigingen in de agenda kunnen worden doorgevoerd. Eigenlijk is het dus niet de beursnotering die bepalend is voor het maken van het onderscheid, maar het gegeven dat bij de vennootschap een bepaald (groot) gedeelte van het geplaatste kapitaal via volmacht stemt. Toch heb ik ervoor gekozen om, in navolging van (een deel van) de literatuur, het onderscheid beursvennootschap/niet-beursvennootschap aan te houden. Dit omdat: (i) bij beursvennootschappen stemmen via volmacht veel voorkomt, (ii) de tekst beter leesbaar blijft als wordt gesproken over ‘beursvennootschappen’ in plaats van ‘vennootschappen waarbij ten minste X procent van de stemmen via volmacht wordt dan wel is uitgebracht’, en (iii) het niet op voorhand, maar eerst ter vergadering duidelijk is hoeveel procent van de uitgebrachte stemmen via volmacht is uitgebracht, terwijl wel op voorhand duidelijk is of een vennootschap beursgenoteerd is of niet. Waarom ik het laatste van belang acht, vereist wellicht enige toelichting. Als ik zou schrijven ‘dit geldt voor vennootschappen waarbij een groot gedeelte van de stemmen via volmacht wordt uitgebracht’, biedt dat weinig houvast omdat het per vergadering kan verschillen hoeveel van het geplaatste kapitaal precies per volmacht stemt. Het hebben van een notering is een (meer) vaststaand gegeven.
Uit het voorgaande volgt dat ik met het onderscheid tussen beursvennootschappen en niet-beursvennootschappen een scheiding aanbreng, die niet steeds correct is. De aangebrachte scheiding moet in zoverre worden genuanceerd dat als bij de beursvennootschap niet of nauwelijks via volmacht wordt gestemd, voor deze vennootschap op sommige punten dezelfde regels gelden als voor niet-beursvennootschappen. Andersom geldt dat als bij een niet-beursvennootschap een bepaald (groot) gedeelte van het geplaatste kapitaal via volmacht stemt, voor deze vennootschap op sommige punten dezelfde regels gelden als voor beursvennootschappen. Waar het nodig is de genoemde nuance te maken, geef ik dit steeds aan.
Dat wat betreft de afbakening tot kapitaalvennootschappen. Als gezegd ziet het onderzoek op de agenda en het agenderingsrecht bij deze kapitaalvennootschappen. Het gaat om de agenda voor de algemene vergadering. De agenda voor vergaderingen van het bestuur, de rvc, certificaathouders, alsmede de houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding wordt buiten beschouwing gelaten. In het verlengde hiervan wordt ook enkel het agenderingsrecht ten aanzien van de agenda voor de algemene vergadering behandeld. Het onderzoek is niet beperkt tot het agenderingsrecht van kapitaalverschaffers, maar daar ligt wel de focus op. De meeste aandacht gaat uit naar het agenderingsrecht van kapitaalverschaffers bij beursvennootschappen.