Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.2.0
7.2.0 Introductie
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS399102:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hofstra, H.J. en R.E.C.M. Niessen (2002), 'Inleiding tot het Nederlands belastingrecht',Deventer: Kluwer, blz. 208.
Goosen, H.P.J. (1991), 'Belastingplicht in de vennootschapsbelasting', FED Fiscale brochures,Deventer: FED, blz. 9.
In de memorie van toelichting bij het wetsontwerp van de Wet op de vennootschapsbelasting 1960 (Kamerstukken II, 1959-1960, 6 000, nr. 3, blz. 17) staat als toelichting: 'Het in dit artikel gebezigde woord 'lichamen' dient hier als verzamelbegrip voor alle belastingplichtigen van de vennootschapsbelasting'.
Vgl: Verburg, J. (2000), 'Vennootschapsbelasting', Deventer: Kluwer, blz. 10.
De vennootschapsbelasting is een directe belasting, die bij wege van aanslag wordt geheven naar de winst van lichamen.1 Dit is de winst van een objectieve onderneming die niet aan ondernemers/natuurlijke personen kan worden toegerekend. Er is sprake van een dubbele heffing indien er uitkeringen worden gedaan aan de aandeelhouders. Eerst vennootschapsbelasting over de gehele winst en daarna inkomstenbelasting over het door de aandeelhouders ontvangen dividend. Voor het selecteren van de vennootschappen die onder de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 ('Wet Vpb 1969') vallen, gaat de fiscale wetgeving uit van het begrip 'lichaam'. Deze aanduiding heeft weinig materiële betekenis.2 Een defmitie van het begrip 'lichaam' is niet door de wetgever gegeven. Artikel 1 Wet Vpb 1969 wijst als subjectieve belastingplichtigen aan de lichamen die in artikelen 2 en 3 Wet Vpb 1969 als binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen worden genoemd.3 De lijst van vennootschappen bevat een limitatieve opsomming zodat er buiten deze lijst geen entiteiten zijn die vennootschapsbelasting verschuldigd zijn. De lijst bestaat voornamelijk uit expliciet benoemde rechtsvormen uit het Nederlands Burgerlijk Wetboek. Selectie vindt derhalve in overwegende mate plaats op de voor de onderneming gebezigde rechtsvorrn.4