De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland
Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/5.3.5:5.3.5 Tussenconclusie
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/5.3.5
5.3.5 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS392106:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Rijken 2013, p. 13 en Bosma & Rijken 2016, p. 319.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het VN Protocol mensenhandel, het RvE Verdrag mensenhandel en de EU Richtlijn mensenhandel onderscheiden alle drie componenten van mensenhandel: een wervingshandeling, het gebruik van beïnvloedingsmiddelen en het doel van uitbuiting. Het kan bij mensenhandel zowel gaan om de handel in het voortraject als de uitbuiting in het eindtraject: handelaren en uitbuiters vallen dus beiden onder de bepaling. In onderstaand schema kan het als volgt worden weergegeven.
Componenten van mensenhandel
Wervingshandelingen
Beïnvloedingsmiddelen
Doel van uitbuiting
- werven
- de dreiging met geweld of dwang
‘ten minste’
- vervoeren
- gebruik van geweld of dwang
- de uitbuiting van een ander in de prostitutie
- overbrengen
- ontvoering
- andere vormen van seksuele uitbuiting
- huisvesten
- fraude
- gedwongen arbeid of diensten (waaronder gedwongen bedelarij)*
- opnemen van personen
- misleiding
- slavernij
- machtsmisbruik
- praktijken die vergelijkbaar zijn met slavernij
- misbruik van een kwetsbare positie
- dienstbaarheid
- het verstrekken of ontvangen van betalingen of voordelen teneinde de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap heeft over een andere persoon
- uitbuiting van strafbare activiteiten*
- de verwijdering van organen
*→ genoemd in EU Richtlijn mensenhandel
De diverse wervingshandelingen en beïnvloedingsmiddelen worden niet nader geëxpliciteerd. Ten aanzien van het doel van uitbuiting worden voorbeelden gegeven, maar wordt niet voorzien in een afgebakende definitie.1 Staten hebben aldus een grote ruimte tot interpretatie van het begrip mensenhandel.
Duidelijk is in ieder geval dat dwang geen constitutief vereiste is voor mensenhandel. Mensenhandel kan eveneens gepaard gaan met niet-dwingende beïnvloedingsmiddelen. Het middel misbruik van een kwetsbare positie lijkt te zijn toegevoegd om ook subtiele vormen van mensenhandel en uitbuiting te omsluiten. Bovendien is de eventuele instemming met mensenhandel en uitbuiting irrelevant als de opgenomen beïnvloedingsmiddelen zijn ingezet. Mensenhandel en uitbuiting hoeven aldus niet per definitie schade op te leveren hetgeen volgens het schadebeginsel in het eerste toetsingskader wel is vereist. Op dit punt lopen de twee toetsingskaders aldus uiteen. De hoofdstukken 6, 7 en 8 gaan hier uitgebreider op in.
De genoemde beïnvloedingsmiddelen hebben in eerste instantie betrekking op het wervingselement. Een slachtoffer van mensenhandel wordt aldus geworven door de inzet van ‘dwang’ of door ‘misbruik van een kwetsbare positie’. De beïnvloedingsmiddelen hebben niet direct betrekking op de uitbuiting. Maar het opnemen van de specifieke beïnvloedingsmiddelen kleurt wel degelijk de inhoud van uitbuiting. Kennelijk gaat het werven van een persoon met het oogmerk van uitbuiting niet per definitie gepaard met dwang, maar kan het ook samen gaan met misbruik van een kwetsbare positie. Bovendien is bij eventueel misbruik van een kwetsbare positie de instemming van het slachtoffer niet van belang. De specifieke beïnvloedingsmiddelen maken in tweede instantie daarom duidelijk dat mensenhandel niet alleen harmful exploitation betreft (dwang wordt ingezet om vervolgens op een oneerlijke manier van een ander te profiteren), maar eveneens mutually advantageous exploitation (door misbruik van omstandigheden wordt een ander uitgebuit). De internationale rechtsinstrumenten verplichten aldus tot strafbaarstelling van beide vormen van uitbuiting binnen de context van mensenhandel. Omdat uitbuiting niet verder is afgebakend in de verdragen, maar enkel voorbeelden worden gegeven van wat er ‘ten minste’ onder valt, is niet duidelijk hoe ernstig de ‘schadelijke uitbuiting’ dan wel de ‘wederzijds voordelige uitbuiting’ moet zijn.