Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/5.3.3
5.3.3 Verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van mensenhandel
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS386203:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 39 van het verdrag en zie ook Explanatory Report on the Convention on Action against Trafficking in Human Beings (ETS No. 197), noot 70-72 en 370-371.
Explanatory Report on the Convention on Action against Trafficking in Human Beings (ETS No. 197), noot 79.
Explanatory Report on the Convention on Action against Trafficking in Human Beings (ETS No. 197), noot 84. Gallagher 2010, p. 32.
Explanatory Report on the Convention on Action against Trafficking in Human Beings (ETS No. 197), noot 87.
Explanatory Report on the Convention on Action against Trafficking in Human Beings (ETS No. 197), noot 88.
De Raad van Europa heeft bewust gekozen voor een definitie van mensenhandel die overeenkomt met het VN Protocol mensenhandel.1 Het verdrag geeft de volgende definitie.
Artikel 4
Mensenhandel is het werven, vervoeren, overbrengen van en het bieden van onderdak aan of het opnemen van personen, door dreiging met of gebruik van geweld of andere vormen van dwang, van ontvoering, bedrog, misleiding, machtsmisbruik of misbruik van een kwetsbare positie of het verstrekken of in ontvangst nemen van betalingen of voordelen teneinde de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap heeft over een andere persoon, ten behoeve van uitbuiting. Uitbuiting omvat mede: ten minste de uitbuiting van prostitutie van anderen of andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen arbeid of diensten, slavernij of praktijken die vergelijkbaar zijn met slavernij, onderworpenheid of de verwijdering van organen;
De instemming van een slachtoffer van ‘mensenhandel’ met de beoogde uitbuiting, bedoeld in onderdeel a van dit artikel, is irrelevant indien een van de in onderdeel a bedoelde middelen is gebruikt;
Het werven, vervoeren en overbrengen van, het bieden van onderdak aan of het opnemen van een kind met het oogmerk van uitbuiting wordt beschouwd als ‘mensenhandel’, ook indien hierbij geen van de in onderdeel a van dit artikel bedoelde middelen zijn gebruikt;
Onder ‘kind’ wordt verstaan iedere persoon jonger dan achttien jaar;
Onder ‘slachtoffer’ wordt verstaan elke natuurlijke persoon die onderworpen is aan mensenhandel als omschreven in dit artikel.
Het verdrag kent aldus dezelfde drie cumulatieve vereisten van mensenhandel en dezelfde invulling daarvan als het VN Protocol mensenhandel:
Een wervingshandeling: de werving, het vervoer, de overbrenging, de huisvesting of de opneming van een persoon;
Het gebruik van beïnvloedingsmiddelen: dreiging met of gebruik van geweld of andere vormen van dwang, ontvoering, bedrog, misleiding, misbruik van een machtspositie of een kwetsbare positie, of verstrekking of inontvangstneming van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon die controle uitoefent over een andere persoon te verkrijgen;
Het doel van uitbuiting: ten minste uitbuiting van de prostitutie van anderen of andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen arbeid of diensten, slavernij of soortgelijke praktijken, onderworpenheid of de verwijdering van organen.
Ad 1) Wervingshandeling
Net zoals in het VN Protocol mensenhandel, ontbreken in het RvE Verdrag mensenhandel de definities van de wervingshandelingen. In het verklarend rapport is wel te lezen dat ‘werving’ breed geïnterpreteerd moet worden. Het werven kan op allerlei manieren plaatsvinden (mondeling via de pers of via internet), waardoor ook rekening wordt gehouden met nieuwe informatietechnologieën.2
Ad 2) Beïnvloedingsmiddel
Op één middel na, worden de beïnvloedingsmiddelen niet geëxpliciteerd. Enkel wat betreft het misbruik van een kwetsbare positie stelt de Raad van Europa dat daaronder moet worden verstaan iedere situatie waarin een persoon verkeert die geen werkelijk en acceptabel alternatief heeft dan in de toestand van misbruik te geraken. Uitgebreider dan in de voorbereidende stukken bij het VN Protocol mensenhandel wordt hier op ingegaan. De kwetsbaarheid kan allerlei oorzaken hebben: fysiek, psychisch, emotioneel, familiegerelateerd, sociaal of economisch. De kwetsbare situatie kan bijvoorbeeld te maken hebben met een onveilige of illegale status van het slachtoffer, of met economische afhankelijkheid of een zwakke gezondheid. In het kort gaat het om iedere penibele situatie waarbij een persoon is genoodzaakt om de uitbuiting te accepteren. Mensen die misbruik maken van zo een situatie schenden overduidelijk de mensenrechten en maken inbreuk op de menselijke waardigheid en integriteit.3 Het brede scala aan oorzaken tonen opnieuw (net als bij het VN Protocol mensenhandel) de ruime interpretatie van ‘een kwetsbare positie’. En ook bij het RvE Verdrag mensenhandel is de instemming met mensenhandel en uitbuiting bij de inzet van een beïnvloedingsmiddel niet relevant. Zoals is uitgewerkt in § 5.3.2 vertroebelt daardoor het verschil tussen gebruik en misbruik.
Net zoals het protocol is ‘dwang’ geen constitutief vereiste voor mensenhandel. Mensenhandel kan eveneens samengaan met niet-dwingende beïnvloedingsmiddelen waarbij geen sprake is van schade (volgens het schadebeginsel in het eerste toetsingskader). Hoofdstuk 6 gaat hier nader op in.
Ad 3) Het doel van uitbuiting
Het oogmerk dient op de uitbuiting te zijn gericht, maar – evenals bij het VN Protocol mensenhandel – is het voor de vervulling van de delictsomschrijving niet nodig dat de verhandelde persoon daadwerkelijk wordt uitgebuit of diens orgaan wordt verwijderd.4 Net zoals bij het protocol is niet duidelijk of bij de aanwezigheid van daadwerkelijke uitbuiting tevens een oogmerk is vereist of dat dan slechts verwijtbaarheid of voorwaardelijk opzet voldoende is. Het ligt voor de hand dat daadwerkelijke uitbuiting – ook zonder oogmerk daarop – onder de reikwijdte valt.
Uitbuiting wordt verder niet omschreven. In de verklarende stukken bij het verdrag staat wel dat ‘de exploitatie van prostitutie van anderen’ bewust niet nader is gespecificeerd, zodat geen bevooroordeelde positie wordt ingenomen omtrent het te voeren prostitutiebeleid binnen lidstaten.5 In de voorbereidende stukken bij het VN Protocol mensenhandel is dezelfde argumentatie gehanteerd. Voor de definitie van slavernij, dienstbaarheid en gedwongen arbeid wordt voorts verwezen naar de slavernijverdragen en het ILO verdrag.
Geconcludeerd kan worden dat het RvE Verdrag mensenhandel een kopie is van het VN Protocol mensenhandel. Net zo min als de VN, heeft de Raad van Europa duidelijkheid verschaft over de uitleg van de drie componenten van mensenhandel. Staten hebben aldus een grote ruimte tot interpretatie van het begrip. De beschrijving van de drie componenten maakt wel inzichtelijk dat ‘dwang’ geen vereist onderdeel is van mensenhandel. Ook niet-dwingende beïnvloedingsmiddelen kunnen leiden tot mensenhandel. Die middelen veroorzaken bovendien niet per definitie schade (zoals wel is vereist volgens het schadebeginsel in toetsingskader I). Op dit punt lopen de toetsingskaders dus uiteen zoals nader aan de orde komt in de hoofdstukken 6, 7 en 8.