Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/2.5.2
2.5.2 De betekenis en functies van informatierechten van aandeelhouders
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971961:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Druey 1995, p. 42; en Lutter 1982, p. 4.
Zie ook Valesco 2006, p. 426, waarin het accessoire karakter van informatierechten wordt beschreven: “While information rights are important, they are ancillary or merely supportive of the shareholder’s economic and control rights. Information is not a good in and of itself; rather, it is instrumental. It allows shareholders to decide whether to invest or disinvest in a company, as well as to decide whether to approve a given candidate or transaction. To be sure, the shareholder’s economic and control rights would be significantly less valuable without information; however, the information rights would be meaningless without some ability to act.”
Vgl. Goldman 1977, die tot eenzelfde conclusie komt in het kader van inspection rights naar het recht van Delaware.
Zie Van der Korst (diss.) 2007, p. 163, waar wordt toegelicht dat de benodigde informatie ziet op de interne structuur van de vennootschap, en dan in het bijzonder haar kapitaalstructuur, besluitvormingsstructuur en de samenstelling van haar organen.
Ondanks dat de structuurfunctie van cruciaal belang is voor het functioneren van de vennootschap, zal ik daar in dit onderzoek weinig aandacht aan besteden. Reden daarvoor is dat de structuurfunctie in zowel de praktijk als de wetenschap niet tot discussie leidt. Uit de functiescheiding volgt reeds dat de algemene vergadering over de interne structuur van de vennootschap beslist en daar dus ook over zal moeten worden geïnformeerd. Zie over de informatieverstrekking in verband met voorgestelde statutenwijzigingen of (andere) structuurwijzigingen ook par. 3.2.2.4 onder (i) en (ii) hierna. Daarnaast heeft de individuele aandeelhouder onder meer recht op toegang tot het aandeelhoudersregister (artikel 2:85 lid 4 BW en artikel 2:194 lid 5 BW) en de besluitenlijst (artikel 2:120/230 lid 4 BW). Uittreksels en deponeringen van de vennootschap, waaronder haar statuten, zijn toegankelijk via het handelsregister en worden in de praktijk desgevraagd veelal ook kosteloos verstrekt aan aandeelhouders.
Ik wijs bijvoorbeeld op de Steenfabriek-beschikkingen van de Ondernemingskamer, waarin de Ondernemingskamer overwoog “dat waar persoonlijke verhoudingen door achterdocht werden geregeerd een ruimhartige, feitelijke en verifieerbare informatieverstrekking cruciaal is” (zie Hof Amsterdam (OK) 3 februari 2022, JOR 2022/172 m.nt. P.L. Hezer (Steenfabriek I), r.o. 3.12; en Hof Amsterdam (OK) 25 oktober 2023, JOR 2024/89 m.nt. P.L. Hezer (Steenfabriek II), r.o. 4.4). Vgl. Kalss 2020, p. 218.
Vgl. Suetens-Bourgeois (diss.) 1969, p. 375: “Zoals het zonnelicht het beste preventief geneesmiddel is, is het kunstlicht op de handelingen van de N.V. het beste preventief middel tegen meerderheidsmisbruik.”
Deze gedachte speelt ook in de eerder besproken agency theory, zie par. 2.3.4.1 hiervoor.
Richtinggevend zijn met name Hof Amsterdam (OK) 26 mei 1983, NJ 1984/481 m.nt. J.M.M. Maeijer (Linders/Hofstee); en HR 1 maart 2002, NJ 2002/296 m.nt. J.M.M. Maeijer (Zwagerman). Zie voorts Hof Amsterdam (OK) 31 oktober 2019, ARO 2019/193 (Bosal); Hof Amsterdam (OK) 27 februari 2020, JOR 2020/203 m.nt. P.L. Hezer (Fuelplants); Hof Amsterdam (OK) 28 april 2022, JOR 2022/176 m.nt. A.F.J.A. Leijten (Flevo Berry); Hof Amsterdam (OK) 8 juni 2022, JOR 2022/175 m.nt. A.F.J.A. Leijten (Omines); Hof Amsterdam (OK) 6 april 2023, JOR 2023/182 m.nt. A.F.J.A. Leijten (i3); en Hof Amsterdam (OK) 6 april 2023, JOR 2023/183 m.nt. A.F.J.A. Leijten (Ergo Buildings).
De vraag rijst wat de betekenis is van informatierechten van aandeelhouders binnen de vennootschap. Als gezegd, is de waarde van informatie gelegen in haar selection power. Informatierechten zijn middelen om die selection power op een efficiënte wijze te alloceren. Daarbij moet worden bedacht dat informatie een middel is; geen doel op zichzelf.1 Informatierechten zijn daarmee steeds gericht op een bepaald doel.2 Het doel van wettelijke informatierechten van aandeelhouders is gelegen in de behartiging van de vermogensrechtelijke- en zeggenschapsbelangen van aandeelhouders. Zij stellen de aandeelhouder in staat zijn positie te bepalen en op basis van die analyse een dialoog te voeren met de vennootschapsleiding en/of de rechten verbonden aan zijn aandelen uit te oefenen. Het doel van informatierechten is derhalve om de aandeelhouder in staat te stellen tot een informed judgment te komen over die aangelegenheden betreffende de vennootschap die hem aangaan.3 De aandeelhouder kan zo op geïnformeerde wijze zijn rechten uitoefenen en voldoen aan zijn verplichtingen. Op die manier kan de aandeelhouder zijn rol binnen de vennootschap behoorlijk vervullen.
Tegen deze achtergrond meen ik dat informatierechten vier juridische functies vervullen die deels overlappen, althans in elkaars verlengde liggen. Om te beginnen dient iedere aandeelhouder op basis van de beschikbare informatie in staat te zijn om zijn rechten en plichten binnen de vennootschappelijke structuur te bepalen.4 Anders gezegd, de aandeelhouder moet over voldoende informatie beschikken om de governance van de vennootschap, en zijn positie daarbinnen, te kunnen achterhalen. Dit is de structuurfunctie.5 Daarnaast dienen aandeelhouders op geïnformeerde wijze te kunnen deelnemen aan de discussie, beraadslaging en besluitvorming ter vergadering. Omdat hierin de zeggenschapsrechten van aandeelhouders tot uiting komen, spreek ik in dit verband van de zeggenschapsfunctie van informatierechten. De zeggenschapsfunctie komt hierna in hoofdstuk 3 nader aan bod. Voorts is, zoals eerder opgemerkt, de vennootschapsleiding gehouden verantwoording af te leggen aan de algemene vergadering. De vennootschapsleiding legt verantwoording af door aan de algemene vergadering informatie te verstrekken over de uitoefening van haar taak. Ik spreek in dit verband van de verantwoordingsfunctie, die aan bod komt in hoofdstuk 4. Ten slotte kan op de vennootschap een zorgplicht rusten die noopt tot informatieverstrekking aan haar aandeelhouder(s), zulks ter bescherming of bevordering van de belangen van die aandeelhouder(s). Deze zorgfunctie van informatierechten wordt behandeld in hoofdstuk 5 hierna.
Informatierechten van aandeelhouders zijn ook van betekenis voor de verhouding tussen de vennootschapsleiding en haar aandeelhouders. Zo kan het behoorlijk informeren van aandeelhouders bijdragen aan het onderling vertrouwen tussen aandeelhouders en de vennootschapsleiding.6 Dit stelt aandeelhouders in staat om te verifiëren dat de vennootschapsleiding haar taak behoorlijk vervult. Indien de aandeelhouders zich voldoende geïnformeerd achten over het reilen en zeilen van de vennootschap, zal er daarom minder aanleiding zijn voor achterdocht of wantrouwen, hetgeen de verhouding tussen de vennootschapsleiding en de aandeelhouders ten goede komt. Ook kan van openheid een preventieve werking uitgaan waar het ziet op laakbaar handelen van de vennootschapsleiding.7 De gegronde vrees dat dergelijk handelen aan het licht komt en dat aandeelhouders daartegen kunnen optreden, bijvoorbeeld door dit voor te leggen aan de rechter die daar sancties aan kan verbinden, biedt een sterke prikkel om dit gedrag te voorkomen. Vreemde ogen dwingen.8
Ter illustratie van het voorgaande wijs ik op de openheid die het bestuur dient te betrachten wanneer sprake is van een (mogelijk) tegenstrijdig belang.9 Het betrachten van openheid jegens de aandeelhouders is onder meer bedoeld om te laten zien op welke wijze de betrokken belangen zijn meegewogen en om marktconforme transactievoorwaarden (en dus misbruik van het tegenstrijdig belang) zoveel mogelijk te waarborgen. Dit is een uiting van de zorgfunctie van informatierechten van aandeelhouders. Ook komen hierbij de zojuist genoemde neveneffecten naar voren. Het betrachten van openheid helpt te voorkomen dat het bestuur in de verleiding komt om zijn positie te misbruiken voor eigen gewin; dergelijk wanbestuur zal immers aan het licht komen en in rechte kunnen worden aangevochten. Tegelijkertijd kunnen aandeelhouders aan de hand van de verstrekte informatie verifiëren dat het bestuur voldoende oog heeft gehad voor hun belangen en zijn taak behoorlijk heeft vervuld. Dit draagt bij aan het vertrouwen van de aandeelhouders in het bestuur.