De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie
Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/1.1:1.1 Introductie van het onderwerp
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/1.1
1.1 Introductie van het onderwerp
Documentgegevens:
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS389761:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze woorden sprak Frits Bolkenstein nadat de Commissie het voorstel voor een Tiende Richtlijn in 2003 had ingediend bij het Parlement en de Raad, zie IP/03/1564 van 18 november 2003.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
‘De grensoverschrijdende juridische fusie is een belangrijk instrument voor het bevorderen van de samenwerking en de herstructureringen die nodig zijn om Europa concurrerender te maken. Tegelijkertijd is het van groot belang zekerheden in te bouwen om te voorkomen dat grensoverschrijdende fusies door ondernemingen worden misbruikt om nationale verplichtingen op het gebied van de medezeggenschap van werknemers te omzeilen.’
Toenmalig Eurocommissaris voor de Interne Markt Frits Bolkenstein (2003).1
De volgende casus geeft een voorbeeld van het thema van het onderzoek en heeft een fictief karakter. De Duitse multinational – Ottomark Herausgeber – heeft als kernactiviteit de uitgave van tijdschriften en boeken. De topholding Ottomark Herausgeber AG houdt de aandelen in de Duitse werkmaatschappij Ottomark GmbH en is aandeelhouder van verschillende buitenlandse vennootschappen, waaronder de Belgische Promedia BVBA. Haar dochtervennootschappen richten zich in de desbetreffende landen op de uitgave van tijdschriften en/of boeken. Bij de multinational is een Europese ondernemingsraad ingesteld. De multinational heeft geen belang in de Nederlandse tijdschriften- en boekenmarkt, maar koestert al lang de wens (ook) deze markt te veroveren. Het bestuur van Ottomark Herausgeber AG heeft recent zijn zinnen gezet op het Nederlandse bedrijf Premium NV dat zich bezighoudt met de uitgave van verschillende toonaangevende Nederlandse tijdschriften. Het bedrijf heeft twee werkmaatschappijen waar in totaal 450 werknemers werkzaam zijn. Premium NV is onderworpen aan de structuurregeling. Op het niveau van Premium NV is een centrale ondernemingsraad ingesteld.
Ottomark Herausgeber AG wil Premium NV overnemen. Vanuit fiscaal en organisatorisch oogpunt heeft de multinational het plan opgevat de overname van Premium NV te realiseren via een juridische fusie met haar Belgische dochtervennootschap Promedia BVBA. Promedia BVBA zal bij de fusie optreden als de verkrijgende partij. Het bestuur van Ottomark Herausgeber AG legt deze constructie voor aan het bestuur van Premium NV. De onderhandelingen leiden al snel tot voorlopige overeenstemming. Ottomark Herausgeber AG geeft haar Belgische dochter de instructie het fusieproces in gang te zetten. De Nederlandse centrale ondernemingsraad van Premium NV hoort in de wandelgangen van de fusiebesprekingen. Het bestuur van Premium NV erkent dat de centrale ondernemingsraad bij de besluitvorming een adviesrecht heeft, maar stelt dat de besprekingen nog niet het daarvoor vereiste stadium hebben bereikt. Diverse vragen doemen op. Onder welke omstandigheden zijn de al eerder gevoerde besprekingen tussen Premium NV en Ottomark Herausgeber AG te beschouwen als een voorgenomen besluit tot juridisch fuseren waarover de centrale ondernemingsraad een adviesrecht heeft? Wat is de invloed van het adviestraject op de vennootschappelijke besluitvorming? Ook met betrekking tot de Europese ondernemingsraad is één en ander onduidelijk. Na de fusie maken de Nederlandse werknemers onderdeel uit van het Duitse concern. Blijft de Europese ondernemingsraad na de fusie in dezelfde samenstelling bestaan of zijn nieuwe onderhandelingen noodzakelijk?
De centrale ondernemingsraad maakt zich zorgen over de consequenties die de juridische fusie zal hebben voor de Nederlandse vennootschappelijke medezeggenschapsrechten. De centrale ondernemingsraad heeft in Premium NVeen spreekrecht met betrekking tot de benoeming van bestuurders en commissarissen en een (versterkt) aanbevelingsrecht met betrekking tot de benoeming van commissarissen. De centrale ondernemingsraad realiseert zich dat Premium NV als gevolg van de juridische fusie zal worden ontbonden en na de fusie nog slechts een in Nederland gelegen vestiging van de Belgische Promedia BVBA zal zijn. De bestuursstructuur van de vennootschap en de inrichting alsmede het functioneren daarvan, zijn vanaf dat moment onderworpen aan Belgisch recht. Het Belgische recht kent geen regelgeving op vennootschappelijk medezeggenschapsterrein. Betekent dit nu dat de centrale ondernemingsraad zijn invloed op vennootschapsniveau verliest? Welke mogelijkheden heeft de centrale ondernemingsraad om zijn invloed op de samenstelling van het toezichthoudende en het bestuursorgaan geheel of althans ten dele te behouden? Hoe verhoudt een eventuele bescherming van de vennootschappelijke medezeggenschapsrechten zich tot de communautaire vestigingsvrijheid die Premium NV heeft?
De gestelde vragen laten zien dat aan een grensoverschrijdende juridische fusie vennootschappelijke en medezeggenschapsrechtelijke aspecten zijn verbonden. De fusiepartners zien zich geconfronteerd met de invloed van de Nederlandse werknemers op zowel de besluitvorming als de samenstelling van de organen op vennootschapsniveau. De wijze waarop tussen de rechtsgebieden op Europees niveau een evenwicht is gevonden alsmede de uitwerking van de regelgeving voor de medezeggenschapsrechten van de Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers), vormen het onderwerp van het onderzoek.