Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/17.3.1:17.3.1 De vierde en vijfde onderzoeksvraag
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/17.3.1
17.3.1 De vierde en vijfde onderzoeksvraag
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940252:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf staan de vierde en vijfde onderzoeksvraag centraal:
4. In welke opzichten is het bewijsrecht zoals dat naar nationaalrechtelijke maatstaven voor de fiscale bestuurlijke boete geldt, niet in overeenstemming met de eisen die daaraan op grond van de door art. 6 EVRM gegarandeerde waarborgen worden gesteld?
5. Welke verbeteringen zijn noodzakelijk om het bewijsrecht zoals dat naar nationaalrechtelijke maatstaven voor de fiscale bestuurlijke boete geldt, in overeenstemming te brengen met de eisen van art. 6 EVRM?
Deze vraag zal ik in paragraaf 17.3.2 eerst op hoofdlijnen beantwoorden in de vorm van een korte beschouwing. In paragraaf 17.3.3 geef ik vervolgens per onderzocht deelgebied van het bewijsrecht aan welke rechtsnormen uit art. 6 EVRM voortvloeien, en of en in hoeverre deze aanvullende rechtsnormen voldoende zijn verankerd in het nationale bewijsrecht voor de fiscale bestuurlijke boete. Voor zover dat niet het geval is (en het nationaalrechtelijke bewijsrecht dus niet in overeenstemming is met art. 6 EVRM), legt het onderzoek bloot waar (en in welke richting) verbeteringen noodzakelijk zijn. In hoofdstuk 18 werk ik naar aanleiding daarvan een reeks concrete aanbevelingen uit.