Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/810
Herziening. Poging tot doodslag op ex-vriendin door haar in portiek van haar flat met mes aan te vallen, art. 287 Sr. Aangevoerd wordt dat sprake is van gegeven a.b.i. art. 457 lid 1 sub c Sv op de grond dat bij aanvraag overgelegde verklaring van getuige van 24 februari 2025 inhoudt dat het niet klopt dat hij ‘die nacht daar aanwezig was’. Rechter die veroordeling heeft uitgesproken, was echter al bekend met wat in aanvraag en daarbij gevoegde verklaring naar voren wordt gebracht. Deze verklaring van getuige heeft namelijk dezelfde strekking als zich in dossier bevindende verklaring die getuige op 10 april 2017 bij politie heeft afgelegd, te weten dat hij aanvrager niet naar woning van slachtoffer heeft gebracht omstreeks tijdstip van bewezenverklaard feit. Een en ander betekent dat aangevoerde geen gegeven is a.b.i. art. 457 lid 1 sub c Sv. Afwijzing aanvraag. Vervolg op HR 26 maart 2024, RvdW 2024/388 (strafzaak).
HR 17-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:904
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, F. Posthumus
- Zaaknummer
25/00872 H
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:904, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑06‑2025
Essentie
Herziening. Poging tot doodslag op ex-vriendin door haar in portiek van haar flat met mes aan te vallen, art. 287 Sr. Aangevoerd wordt dat sprake is van gegeven a.b.i. art. 457 lid 1 sub c Sv op de grond dat bij aanvraag overgelegde verklaring van getuige van 24 februari 2025 inhoudt dat het niet klopt dat hij ‘die nacht daar aanwezig was’. Rechter die veroordeling heeft uitgesproken, was echter al bekend met wat in aanvraag en daarbij gevoegde verklaring naar voren wordt gebracht. Deze verklaring van getuige heeft namelijk dezelfde strekking als zich in dossier ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.