Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/3.5.6
3.5.6 De titulaire quasi-bestuurder
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631792:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De titulaire quasi-bestuurder is een variant van de feitelijke bestuurder te goeder trouw. Omdat personen in deze categorie (bedrijfsleiders, filiaalhouders) (nagenoeg) altijd zichtbaar zullen zijn, in en buiten de rechtspersoon en een veel voorkomend verschijnsel zijn, is ervoor gekozen deze groep als een aparte categorie te behandelen.
Deze quasi-bestuurder handelt op basis van een overeenkomst of (wat genoemd kan worden) een ‘ruime volmacht’, waarbij het gaat om meer dan het kunnen verrichten van enkel rechtshandelingen (een soort vertegenwoordiging in ruime zin). Zie voor delegatie in het rechtspersonenrecht (als een soort machtiging aangeduid) De Roo (2019). Van delegatie is in het geval van een titulaire quasi-bestuurder geen sprake, omdat degene aan wie een bevoegdheid wordt gedelegeerd een orgaan van de rechtspersoon moet zijn.
Vgl. Verbunt & Van den Heuvel (2007).
De vierde categorie ten slotte betreft de persoon die – niet zijnde een statutaire bestuurder – met (het statutaire bestuur van) een rechtspersoon is overeengekomen dat hij een (groot) aantal bestuurstaken (zelfstandig) zal uitvoeren (de titulaire quasi-bestuurder).1 Deze quasi-bestuurder handelt op basis van afspraken die hij met het bestuur heeft gemaakt (en is in dit opzicht als te goeder trouw aan te merken),2 en zijn positie heeft een structureel karakter. Tot deze categorie behoren in beginsel alle personen die feitelijk tot de leiding van de rechtspersoon (en de daarmee verbonden onderneming of organisatie) behoren.3 Aan de hand van de feiten en omstandigheden zal dan moeten worden beoordeeld of de betrokkene zodanige zelfstandige bemoeienis met het besturen van de rechtspersoon heeft dat hij niet enkel als uitvoerend functionaris moet worden aangemerkt. Dat dit niet altijd eenvoudig zal zijn vast te stellen ligt in de aard van de materie besloten. De titulaire quasi-bestuurder kan wel (een groot deel van de) bestuurstaken uitoefenen, maar hij kan niet in die zin op de stoel van het bestuur zitten, dat hij ook bestuursbesluiten kan nemen. Het nemen van dergelijke besluiten is immers voorbehouden aan het formele bestuur, en bestuursleden kunnen zich in het kader van bestuursvergaderingen enkel door een andere formele bestuurder laten vertegenwoordigen. Uiteraard kan zich in de praktijk onder omstandigheden de vraag voordoen of de titulaire bestuurder binnen het kader van zijn bevoegdheden is gebleven. Hij zou bijvoorbeeld een rechtshandeling kunnen zijn aangegaan waarvoor een voorafgaand bestuursbesluit is vereist, maar dat niet (is verzocht en niet) is genomen. In dat geval is de titulaire bestuurder (voor die handeling) als een feitelijke bestuurder aan te merken.