Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures
Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/6.7.3:6.7.3 Schuldeiserscommissie
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/6.7.3
6.7.3 Schuldeiserscommissie
Documentgegevens:
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708427:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het gebeurt niet vaak dat een schuldeiserscommissie wordt ingesteld. Wordt wel een schuldeiserscommissie ingesteld, dan gebeurt dat relatief laat in het proces. Om de mogelijkheid te bieden een commissie eerder bij het proces te betrekken en zo een betekenisvollere rol te geven, zou de rechtbank bij de faillietverklaring ambtshalve moeten beoordelen of een schuldeiserscommissie gewenst is. Oordeelt de rechtbank dat dit het geval is op basis van de criteria die gelden voor het instellen van een schuldeiserscommissie, dan kan een commissie worden ingesteld nadat voldoende potentiële leden zich hebben gemeld bij de curator. Ook zou de rechter-commissaris moeten verzoeken om een schuldeiserscommissie als hij een commissie wenselijk vindt en zou een schuldeisersvergadering die wordt gehouden voorafgaand aan de verificatievergadering een commissie moeten kunnen instellen.
De schuldeiserscommissie heeft niet alleen een adviserende, maar ook een toezichthoudende taak. De rechtbank moet daarom het standpunt van de curator over de instelling van een voorlopige commissie kritisch bejegenen. De commissie moet zodanig zijn samengesteld, dat de curator door het advies van de commissie een goed beeld krijgt van de verschillende belangen die spelen in het faillissement. Dat leidt tot een zorgvuldiger besluitvormingsproces en meer draagvlak voor het optreden van de curator. Om deze verschillende belangen duidelijk naar voren te laten komen, mogen commissieleden zich laten leiden door de belangen waarvoor zij zijn aangesteld. Daarbij moeten de leden het belang van de boedel wel in ogenschouw nemen en mogen zij zich niet laten leiden door een persoonlijk belang. Om de taak en het aansprakelijkheidsrisico beperkt te houden is het goed dat de commissie een adviesrecht heeft en geen instemmingsrecht. Mede om die reden is het ook goed dat de commissie haar toezichthoudende taak niet zelfstandig uitoefent, maar altijd een verzoek moet indienen bij de rechtbank of rechter-commissaris om consequenties te verbinden aan haar bevindingen.
Doordat de taak van een commissielid in beginsel niet zwaar is, het aansprakelijkheidsrisico beperkt is en leden in de commissie voor de belangen waarvoor ze zijn benoemd kunnen opkomen, is het billijk dat commissieleden in beginsel geen vergoeding ontvangen. Redelijke en noodzakelijke kosten van de commissie en haar leden komen wel voor vergoeding in aanmerking. In eerste instantie moeten de commissie en haar leden hierover afspraken maken met de curator, maar als zij er onderling niet uitkomen zou de rechter-commissaris bevoegd moeten zijn hierover een beslissing te nemen. Een wetswijziging is daarvoor gewenst.
Om discussie over besluitvormingsregels te voorkomen, zou het goed zijn als basale uitgangspunten hierover in de wet worden opgenomen. Deze uitgangspunten zijn dat ieder lid één stem heeft, dat besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen en dat een voorstel is verworpen als de stemmen staken. Met name omdat verzoeken van de schuldeiserscommissie op grond van artikel 69, 73 of 79 Fw de afwikkeling van het faillissement fors kunnen vertragen, is het wenselijk dat voor de schuldeiserscommissie een basale tegenstrijdig belangregeling zou worden opgenomen in de wet. Aanvullende afspraken kunnen worden opgenomen in een reglement. Een commissie zou eerder aan de slag kunnen als Recofa in samenspraak met de praktijk een modelreglement opstelt.
De schuldeisersvergadering en schuldeiserscommissie zijn wel geregeld in de Faillissementswet, maar worden niet vaak ingezet om het faillissement democratischer te maken. In dit hoofdstuk heb ik diverse aanbevelingen gedaan om die mogelijkheid meer te bieden. Door die mogelijkheid te bieden, wordt het faillissement daadwerkelijk een procedure die zich richt op het belang van de gezamenlijke schuldeisers en rekening houdt met andere bij het faillissement betrokken belangen.