Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/2.5:2.5 Beperking tot materieelrechtelijke open normen
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/2.5
2.5 Beperking tot materieelrechtelijke open normen
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS494998:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor zover deze maatstaf te bestempelen is als een open norm, maar, zoals gezegd, blijft deze discussie buiten beschouwing.
Asser 2000.
Asser 2000, p. 6.
Blijkens de rede van Asser in ieder geval sinds 1920 een aandachtspunt (Asser 2000, p. 8).
Asser 2000, p. 7.
Asser 2000, p. 8.
Asser 2000, p. 13.
Asser 2000, p. 13.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderzoek ligt de focus op het materiële recht. Open normen in het procesrecht, zoals ‘een goede procesorde’1, komen in dit proefschrift niet aan bod, met uitzondering van de volgende signalering. Ook ten aanzien van het procesrecht is wel eens de vraag gesteld of een open norm als de redelijkheid en billijkheid daar geen goed zou doen. Asser spreekt in zijn Leidse rede bij het aanvaarden van zijn ambt van hoogleraar2 over deformalisering van het burgerlijk procesrecht. Beschreven wordt hoe rechtszekerheid c.q. berekenbaarheid van het recht tijdens de codificatie rond het jaar 1800 voorop stonden3, en dat het van belang is bij deformalisering4 te beseffen dat het hebben van duidelijke formele regels niet een slecht iets is (ze zijn bijvoorbeeld nodig om voortvarend te kunnen procederen).5
Deformalisering wordt door Asser als een oplossing gezien voor het gevaar dat formaliteiten een doel op zich worden en van het procesrecht iets slechts maken.6 Een interessante vraag die Asser stelt, is ‘of er een algemene, open norm is aan te wijzen op basis waarvan de deformalisering zich voltrekt’. Asser noemt hierbij de vage normen (bronnen van ongeschreven recht) die de Hoge Raad al ten grondslag legt aan de motivering van deformaliserende beslissingen: (a) de goede procesorde, (b) de beginselen van een behoorlijke rechtspleging, (c) de fundamentele rechten die door artikel 6 EVRM worden gewaarborgd, (d) de proceseconomie, (e) een deugdelijk procesbeleid en (f) doelmatigheid.7 Volgens Asser zouden daar nog open normen aan toegevoegd kunnen worden. Hij licht dit toe door aan te geven dat men in de twintigste eeuw goed heeft leren omgaan met rechtsvinding op basis van open normen en er geen reden is om dit niet ook voor het procesrecht te doen. Rechtszekerheid c.q. voorspelbaarheid komen hierdoor volgens Asser niet zomaar in gevaar:
“Ik ben dus ook niet zo bang voor de ontwikkeling van een procesrechtelijk equivalent van wat wij kort plegen aan te duiden als de derogerende werking van redelijkheid en billijkheid in art. 6:2 lid 2 BW. Waarom zou niet ook in het procesrecht kunnen gelden dat een procesrechtelijk voorschrift buiten toepassing moet blijven als zulks tot onaanvaardbare gevolgen leidt naar maatstaven van een goede procesorde, billijkheid, fairness, misschien zelfs redelijkheid en billijkheid of hoe je het ook wil noemen.”8