De goede procesorde
Einde inhoudsopgave
De goede procesorde (BPP nr. IV) 2006/9.5.4.6:9.5.4.6 Rechtsgevolgen
De goede procesorde (BPP nr. IV) 2006/9.5.4.6
9.5.4.6 Rechtsgevolgen
Documentgegevens:
Mr. V.C.A. Lindijer, datum 08-11-2006
- Datum
08-11-2006
- Auteur
Mr. V.C.A. Lindijer
- JCDI
JCDI:ADS375009:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 237 lid 1 Rv, waarin uitdrukkelijk is bepaald dat de rechter de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening kan laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte.
Zie hierover nader Van der Wiel 2004, nrs. 313 en 342-345; Asser (Burgerlijke Rechtsvordering (oud)), art. 56, aant. 7. Vgl. HR 3 april 1998 (Lindeboom/Beusmans), NJ 1998, 571.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
559. Zowel in geval een bevoegdheid wordt misbruikt als in geval een bevoegdheid wordt uitgeoefend in strijd met de goede procesorde, zonder dat er van misbruik sprake is, kan de rechter het intreden van het rechtsgevolg dat met de uitoefening werd beoogd verhinderen, indien dit rechtsgevolg niet reeds is ingetreden. De rechter kan bijvoorbeeld het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor afwijzen, te laat aangevoerde feiten buiten beschouwing laten of de voorgenomen tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis verbieden. Heeft een rechter echter ten onrechte rechtsgevolg toegekend aan een bevoegdheid die werd misbruikt of anderszins in strijd kwam met de eisen van een goede procesorde, dan is de daaropvolgende uitspraak van de rechter in hoger beroep of in cassatie aantastbaar, nu deze met schending van het recht tot stand is gekomen.
Een verschil in de potentiële rechtsgevolgen tussen procesgedragingen die misbruik van bevoegdheid inhouden en procesgedragingen die wel in strijd zijn met de goede procesorde, maar geen misbruik inhouden, komt aan het licht als de blik wordt gericht op mogelijkheden tot het verkrijgen van een vergoeding van de schade die de onjuiste bevoegdheidsuitoefening toebracht. Levert misbruik van bevoegdheid altijd een onrechtmatige daad op, datzelfde kan niet worden gezegd van elke bevoegdheidsuitoefening in strijd met de goede procesorde die geen misbruik oplevert. Dit onderscheid zal in de volgende paragraaf nader aan bod komen.
Ten slotte is het zowel bij een bevoegdheidsuitoefening in strijd met de goede procesorde die geen misbruik oplevert, als bij misbruik van procesbevoegdheid mogelijk dat de rechter de partij die zich 'onjuist' gedroeg een sanctie oplegt in de vorm van een proceskostenveroordeling verbindt. In beide gevallen kan het 'onjuiste' handelen van de desbetreffende partij immers grond opleveren om de kosten die door dat handelen nodeloos werden veroorzaakt, voor rekening te laten of te brengen van die partij .1 Ook kan in dat 'onjuiste handelen' aanleiding worden gevonden om de wederpartij een hogere vergoeding toe te kennen dan uit de niet bindende richtlijn inzake liquidatietarieven volgt. Van onrechtmatigheid in de zin van art. 6:162 BW behoeft in beide gevallen geen sprake te zijn.2 Een voorwaarde lijkt mij wel dat het onjuiste handelen aan de desbetreffende procespartij kan worden verweten.