Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.9.1
7.9.1 Inleiding
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291188:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In paragraaf 5.10.1 is aangegeven dat het begrip ‘onroerende zaak’ in de overdrachtsbelasting op civielrechtelijke lees geschoeid is en dit begrip ruimer is dan het (unie)begrip onroerend goed. In het kader van deze paragraaf kan dit verschil onbesproken blijven, omdat het onroerend goed die het voorwerp vormt van de vastgoedtransactie die voor de btw als een dienst kwalificeert, op grond van het civiele recht aan te merken is als een onroerende zaak.
Zoals in paragraaf 5.10.1 is aangegeven, wordt in Nederland overdrachtsbelasting geheven ter zake van de verkrijging van de (economische) eigendom van een in Nederland gelegen onroerende zaak of (de economische eigendom van) een beperkt zakelijk gebruiksrecht hierop.1 In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen ingegaan op het verband tussen de btw-heffing over een vastgoedtransactie die als een belaste (verhuur)dienst kwalificeert en de heffing van overdrachtsbelasting ter zake van de verkrijging krachtens deze belaste dienst. De opbouw van deze paragraaf is als volgt. In paragraaf 7.9.2 wordt ingegaan op de samenloop van heffing van btw en overdrachtsbelasting bij vastgoedtransacties die als een (verhuur)dienst aan te merken zijn. Vervolgens wordt in paragraaf 7.9.3 ingegaan op vrijstelling van overdrachtsbelasting die cumulatie van btw en overdrachtsbelasting beoogt te voorkomen, de zogenoemde ‘samenloopvrijstelling’. In paragraaf 7.9.4 wordt de balans opgemaakt.