Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/4.1:4.1 Inleiding
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS446021:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit hoofdstuk 3 komt naar voren dat het moment waarop het toezicht plaatsvindt, het meest kenmerkende verschil is tussen de heffingsmethoden. Om dat onderscheid nog scherper te kunnen duiden, onderwerp ik het kernelement toezicht in dit hoofdstuk aan een nader onderzoek. Dit doe ik aan de hand van een viertal meest in het oog springende ontwikkelingen die zich op het vlak van het toezicht momenteel voordoen of in het verleden hebben voorgedaan. Ik ga na wat die ontwikkelingen inhouden en wat die betekenen voor de onderlinge verschillen tussen de heffingsmethoden. Daarnaast ga ik na onder invloed van welke factoren die ontwikkelingen plaatsvinden.
De eerste ontwikkeling die ik behandel, betreft de veranderingen op het vlak van de navorderingsvereisten (paragraaf 4.2). Deze ontwikkelingen strekken zich uit over een periode die bijna net zo lang is als het bestaan van de AWR. Daarom begin ik daarmee. In paragraaf 4.3 sta ik stil bij de per 1 januari 2012 ingevoerde actieve informatieplicht (10a AWR). De laatste twee ontwikkelingen waar ik bij stilsta, doen zich voor op het gebied van het door de Belastingdienst uitgeoefende toezicht. Dit zijn het vooraf invullen van gegevens in aangiften (4.4) en ten slotte het horizontaal toezicht (4.5). Ik sluit het hoofdstuk af met een af met een conclusie (4.6).