Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/4.3
4.3 Actieve informatieplicht (artikel 10a AWR)
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS447219:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Tot 2012 vormde de loonbelasting hierop een uitzondering. Zodra een inhoudingsplichtige constateert dat er een onjuiste of onvolledige aangifte loonbelasting is gedaan, dan moet hij er op grond van artikel 28a juncto artikel 28b Wet op de loonbelasting 1964 alsnog de juiste en volledige gegevens melden via een zogenoemd correctiebericht.
Artikel 12bis Uitvoeringsbesluit Inkomstenbelasting 2001, artikel 8 en 9 Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965; artikel 10c Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956; en artikel 15 Uitvoeringsbesluit Omzetbelasting 1968.
Rosier heeft veel kritiek geuit op het feit dat bij AMvB kan worden bepaald of de actieve informatieplicht geldt en of het daaraan niet voldoen wordt aangemerkt als een overtreding waarvoor een vergrijpboete kan worden opgelegd. Dit hoeft niet te worden voorgelegd aan het parlement. Rosier, 20118. Zie ook Van Eijsden & Verhage, 2011.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft in een strafzaak beslist dat schending van de suppletieplicht (artikelen 10a van de AWR juncto 15 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968) niet strafrechtelijk kan worden vervolgd. Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat de suppletieplicht in strijd is met het nemo-teneturbeginsel, oftewel het verbod van zelfincriminatie (artikel 6, tweede lid, van het EVRM en artikel 48, eerste lid, van het Handvest van de Grondrechten van Europese Unie) en daardoor aan bestraffing in de weg staat. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 10 juli 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2879, V-N 2018/48.13.11.
Van Eijsden & Verhage, 2011, paragraaf 2.5.
Van Eijsden & Verhage wijzen er in dat verband dan ook op dat een suppletieaangifte wettelijk geen aangifte is. De Belastingdienst merkt deze suppleties aan als een verzoek om het opleggen van een naheffingsaanslag of – in geval van een teruggave waar belastingplichtigen nu ook verplicht om moeten verzoeken – als een bezwaar tegen de eigen aangifte. Op grond van paragraaf 24 BBBB wordt de belastingplichtigen een verzuimboete opgelegd indien het alsnog te betalen bedrag aan belasting meer bedraagt dan € 20.000 of 10% of meer van de per saldo wel betaalde of terugontvangen belasting.
Niessen, 2013.
Krukkert ziet de actieve informatieplicht als een soort wettelijke grondslag wordt gecreëerd voor het instituut van de vrijwillige verbetering of inkeer. Krukkert, 2018, p. 88.
Belasting- en inhoudingsplichtigen moeten zelf een aanzienlijk deel van de informatie aanleveren ten behoeve van de belastingheffing.1 Het komt voor dat een belasting- of inhoudingsplichtige naderhand tot de ontdekking komt dat de door hem verstrekte informatie niet (meer) juist of niet (meer) volledig is. Tot de invoering van de actieve informatieplicht in 2012 ontbrak een algemene wettelijke plicht tot verbetering van fouten in de aangifte. De Belastingdienst moest er destijds via toezicht (veelal achteraf in de vorm van een boekenonderzoek) achter zien te komen dat de door de belasting- of inhoudingsplichtige in de aangifte verstrekte informatie niet (meer) juist of niet (meer) volledig was. 2 Het kabinet vond dit ongewenst.3 Daarom is het ertoe overgegaan om belasting- en inhoudingsplichtigen in een aantal gevallen te verplichten om onjuistheden of onvolledigheden uit eigen beweging mee te delen aan de inspecteur zodra zij daarmee bekend zijn of zijn geworden. In de wet, artikel 10a AWR, is nu vastgelegd dat een actieve informatieverplichting geldt voor bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) aangewezen gevallen. Per 1 januari 2012 zijn de volgende vier gevallen aangewezen waarvoor die actieve meldplicht geldt:
de verklaring ‘uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’;
de verklaring ‘geen privégebruik’;
zogenoemde Edelweisssituaties (het onjuist of onvolledig doen van een aangifte erfbelasting door het niet aangeven van een buitenlands bestanddeel);
suppleties voor de omzetbelasting.4
Eveneens wordt bij AMvB bepaald in welke gevallen het niet voldoen aan de informatieverplichting wordt aangemerkt als een overtreding waarvoor een vergrijpboete kan opgelegd van maximaal 100% van het bedrag aan de belasting dat als gevolg van het niet nakomen van de informatieverplichting niet is geheven.5, Het niet doen van de suppletie vormt naar de opvatting van het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst ook een strafbaar feit in de zin van artikel 69, lid 1, juncto artikel 68, lid 1, letter a, van de AWR, omdat een AMvB als een belastingwet in de zin van artikel 68, lid 1, letter a van de AWR kan worden gezien. Bestraffing op grond daarvan komt dan aan de orde als de schending van de suppletieverplichting opzettelijk heeft plaatsgevonden.6
Van Eijsden en Verhage wijzen erop dat als sprake is van een ingediende aangifte die achteraf onjuist blijkt te zijn, er nu voor twee aangiftebelastingen (de omzetbelasting en de loonbelasting) een plicht op de belasting- c.q. inhoudingsplichtige rust om de Belastingdienst daarover te informeren.7 Voor de omzetbelasting is dat de informatieplicht in vorm van suppletieaangiften en voor de loonbelasting is dat de plicht tot het indienen van correctieberichten. Het verschil is echter dat het correctiebericht voor de loonbelasting in de wet is geregeld (artikel 28a juncto artikel 28b Wet LB), terwijl dat bij de suppletie voor de omzetbelasting is geregeld bij AMvB.8 Daarnaast is er een verschil in strafmaat ingeval niet wordt voldaan aan de informatieverplichting. Bij het correctiebericht voor de loonbelasting wordt een verzuimboete opgelegd, terwijl bij de suppletie omzetbelasting een vergrijpboete wordt opgelegd (in geval van opzet of grove schuld). Uit het vorenstaande blijkt dat de actieve informatieplicht vooral extra verplichtingen met zich meebrengt voor belastingplichtigen van een aantal aangiftebelastingen.
Niessen wijst erop dat als gevolg van deze informatieverplichtingen de aangifteplicht feitelijk wordt opgerekt.9, 10 Dit komt aldus op neer dat vooral de factor correctiemogelijkheden voor de Belastingdienst een rol speelt bij deze wettelijke maatregel op het vlak van de heffingsmethoden. Naarmate meer belasting- en inhoudingsplichtigen hun fiscale verplichtingen nakomen (al dan niet ingegeven vanuit de angst om te worden beboet), kan binnen de Belastingdienst personeel worden vrijgemaakt, dat vervolgens elders in de organisatie kan worden ingezet (bijvoorbeeld in het toezicht op of de dienstverlening aan andere belasting- en inhoudingsplichtigen) of worden ontslagen. Naar aanleiding van een suppletie kan de Belastingdienst bijvoorbeeld gericht onderzoek doen bij een bepaalde belastingplichtige. Ook zou hij de suppleties van verschillende bedrijven kunnen analyseren, bijvoorbeeld vanuit de vraag of daar bepaalde patronen in zijn te ontdekken, om daarmee vervolgens onderzoek in te stellen bij belasting- of inhoudingsplichtigen die (nog) geen suppletie hebben ingediend. Het toezicht kan daardoor gerichter worden uitgevoerd. Dit betekent dat via deze maatregel de correctiemogelijkheden voor de Belastingdienst toenemen, hetgeen de rechtsgelijkheid tussen belastingplichtigen bevordert.
De actieve informatieplicht geldt niet voor een bepaalde heffingsmethode. De onderlinge verschillen tussen de aanslag- en aangiftebelastingen zijn door de invoering van de actieve informatieplicht derhalve niet veranderd. Binnen de heffingsmethoden is wel een verschil waarneembaar tussen de gevallen waarvoor bij AMvB een actieve informatieplicht geldt ven overige gevallen. Uit het bovenstaande deelonderzoek op dit vlak leid ik af dit vooral de volgende twee factoren hierbij relevant zijn: (het vergroten van) de correctiemogelijkheden voor de Belastingdienst en (zo laag mogelijke) uitvoeringslasten voor de Belastingdienst.