Rechtsbescherming tegen bestraffing strafrecht en bestuursrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming tegen bestraffing strafrecht en bestuursrecht 2011/10.1:10.1 Inleiding
Rechtsbescherming tegen bestraffing strafrecht en bestuursrecht 2011/10.1
10.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R. Stijnen, datum 03-10-2011
- Datum
03-10-2011
- Auteur
mr. drs. R. Stijnen
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Arnhem 3 december 2004, LJN AR6850 (Goran M).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de zaak Goran M., die zag op veroordeling van de hoofddader inzake de moord op een de zestienjarige Maja Bradaric en verbranding van haar lichaam, kwam het gerechtshof Arnhem tot een gevangenisstraf van tien jaren met ter beschikkingstelling wegens verminderde ontoerekenbaarheid van de dader. Het hof overwoog onder meer het volgende ter zake van de strafmaat:
`Door deze weerzinwekkende moord, waarvoor verdachte geen enkel begrijpelijk motief heeft kunnen geven, is de rechtsorde in zeer ernstige mate geschokt. Deze schok is nog vergroot doordat het feit werd gepleegd door daders die Maja tot haar vriendenkring rekende en die zij dus mocht vertrouwen. Mede ook in dat licht bezien moet haar doodsstrijd, die mogelijk een half uur heeft geduurd, een vreselijke geweest zijn.
Ook na de moord hebben verdachte en zijn medeverdachten gehandeld op een wijze die nauwelijks is te bevatten. Niet alleen hebben zij het lichaam van Maja weggevoerd, met benzine overgoten en in brand gestoken waardoor het gruwelijk werd verminkt, maar vervolgens hebben zij zich ook naar de buitenwereld toe — zelfs tegenover de uiterst ongeruste ouders van Maja — gedragen alsof zij geen weet hadden van hun daad. Deze handelwijze getuigt naar het oordeel van het hof van een onwaarschijnlijke koelbloedigheid en van een diepe minachting jegens het slachtoffer en haar familie.
Door deze feiten hebben verdachte en zijn medeverdachten onvoorstelbaar en onherstelbaar leed aangericht bij de nabestaanden en de vrienden van het slachtoffer, alsmede bij de medeleerlingen en leerkrachten van haar school. Voor de ouders van Maja, die hun enig kind hebben verloren, is ook een jaar na de moord niet duidelijk waarom hun dochter heeft moeten sterven. Duidelijk is wel dat niets hun immense verdriet zal kunnen verzachten. Het hof gaat voorbij aan het verzoek van de raadsman om de vele negatieve publiciteit als strafverlagende omstandigheid aan te merken. Bij feiten als de onderhavige, die veel emoties en commotie teweeg brengen en waarbij in de samenleving geschokt en met afschuw wordt gereageerd, is veel en veelal negatieve publiciteit ten aanzien van verdachten een te verwachten en begrijpelijk gevolg. In casu zijn geen termen aanwezig om daarmee bij de strafoplegging rekening te houden.’1
Dit hoofdstuk ziet op alles wat met bestraffing in het Nederlandse straf- en bestuursrecht te maken heeft. Eerst komt een aantal beperkingen voor vervolging en bestraffing aan de orde, zoals verjaring. Daarna wordt het legaliteitsbeginsel met betrekking tot de straf(maat) besproken. Vervolgens komt de vraag naar de opportuniteit van strafvervolging en de inzet van de bestuurlijke boete aan de orde. Daarna zal ik ingaan op de strafmaat in het strafrecht en de afstemming van de hoogte van de bestuurlijke boete. Vervolgens zal ik ook enige aandacht besteden aan de bewijsvoering ter zake van de hoogte van de straf. Daarna komt de vervolging of beboeting van bekennende verdachten en zogenoemde klokkenluiders aan de orde. Ten slotte komen de lex mitior en strafverlaging wegens overschrijding van de redelijke termijn aan bod.