Privacyrecht is code
Einde inhoudsopgave
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/2.0:2.0 Introductie
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/2.0
2.0 Introductie
Documentgegevens:
drs. J.J.F.M. Borking, datum 26-05-2010
- Datum
26-05-2010
- Auteur
drs. J.J.F.M. Borking
- JCDI
JCDI:ADS577611:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
"11 est clair que la vérité que je cherche n'est pas en lui, mais en moi. 111'y a éveillée, mais ne la connalt pas, et ne peut que répéter indéfmiment, avec de moins en moins de force, ce même témoignage que je ne sais pas interpréter et que je veux au moins pouvoir lui redemander et retrouver intact, à ma disposition, tout à l'heure, pour un éclaircissement décisive."
M. Proust, A la recherche du temps perdu, Du oké de chez Swami: Combray 1, Paris 1999, p. 45.
In dit hoofdstuk wordt een antwoord geven op de eerste onderzoeksvraag (OV 1): Welke juridische specificaties kunnen voor informatiesystemen uit de algemene beginselen betreffende persoonlijke informatie en de privacywet- en regelgeving worden afgeleid?
Het antwoord op deze vraag komt terug in hoofdstuk 6 waar de privacyveilige architecturen aan de orde komen.
Alvorens de EU privacy richtlijnen te analyseren worden de sleutelbegrippen `privacy', 'persoonlijke ruimte', 'identiteit' en 'persoonsgegevens' verkend en de algemene beginselen die ten grondslag liggen aan de privacybescherming met hun uitwerking in de privacyrealisatiebeginselen in kaart gebracht. Paragraaf 2.1 bevat een aantal opmerkingen over de complexiteit van het begrip privacy en de inperking van dit onderzoek tot informationele privacy. Paragraaf 2.2 verkent de begrippen privacy, persoonlijke ruimte, identiteit en persoonsgegevens.
Paragraaf 2.3 behandelt de vijf universele kenmerken die aan informationele privacy ten grondslag liggen. In de paragrafen 2.4, 2.5 en 2.6 volgt de uitwerking van de vier universele kenmerken in de privacyrealisatiebeginselen, zoals onder meer vastgelegd in de EU Richtlijnen 95/46 en 2002/58.
Paragraaf 2.7 bespreekt de positie van de verantwoordelijke. Paragraaf 2.8 betreft het gegevensverkeer met landen buiten de EU en paragraaf 2.9 behandelt de dataretentierichtlijn 2006/24/EG en de problemen die deze richtlijn niet oplost.
In 2.10 worden enige kritische kanttekeningen bij de privacyrichtlijnen geplaatst. 2.11 gaat in op de pogingen tot standaardisatie van de privacyrealisatiebeginselen. De paragrafen 2.12 en 2.13 wijzen op de invloed van de persoonlijke privacyvoorkeuren en de wettelijke bepalingen op het ontwerp van informatiesystemen en de daaruit af te leiden juridische specificaties (`requirements').
Daarmee wordt de eerste onderzoeksvraag beantwoord. 2.14 sluit het hoofdstuk met een samenvatting af.