Privacyrecht is code
Einde inhoudsopgave
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/2.1:2.1. Enige observaties
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/2.1
2.1. Enige observaties
Documentgegevens:
drs. J.J.F.M. Borking, datum 26-05-2010
- Datum
26-05-2010
- Auteur
drs. J.J.F.M. Borking
- JCDI
JCDI:ADS576466:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Nieuwenhuis, 2001, p. 11.
Solove, 2006, p. 477.
Solove, 2006 (A), p. 1.
Nieuwenhuis, 2001, p. 41.
Etzioni, 1999, p. 15.
Vedder, 1998, p. 115-120.
De eerste wetten op het gebied van de gegevensbescherming werden in de Duitse deelstaat Hessen (1970) en in Zweden (1973) ingevoerd. In Nederland werd het recht op privacy (eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) sinds 1983 vastgelegd in artikel 10 van de Grondwet.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Privacy is een grondrecht en een belangrijke maatschappelijke norm. Het versterkt de menselijke waardigheid en ondersteunt andere grondrechten zoals recht van vereniging en vergadering, godsdienst en levensovertuiging en de vrijheid van meningsuiting. Privacy wordt beschouwd als een van de belangrijkste grondrechten van het informatie tijdperk. Van alle grondrechten is privacy misschien het meest problematische begrip om te defmiëren, omdat volgens Nieuwenhuis over privacy geen consensus bestaat over de karakterisering, reikwijdte en afbakening.1 Solove stelt2 privacy is a concept in disarray, want niemand kan precies omschrijven waar het voor staat. Privacy is een te vaag begrip om als leidraad te dienen bij de rechtspraak in de Verenigde Staten of bij het maken van wetten. Volgens Solove kunnen abstracte uitspraken over het belang van privacy, zich niet staande houden tegenover concreet geformuleerde tegengestelde belangen.3 Solove probeert privacy als maatschappelijk verschijnsel te benaderen. In de door hem ontwikkelde taxonomie zijn op een gestructureerde wijze de verschillende opvattingen over privacy weergegeven. Daarnaast zijn de maatschappelijk herkenbare privacy inbreuken en de maatschappelijke activiteiten die invloed uitoefenen op de bescherming van privacy door hem geïdentificeerd. In paragraaf 4.7 zal ik hierop nader ingaan.
Nieuwenhuis4 onderscheidt twee manieren om het recht van privacy te benaderen. In de eerste plaats als een recht om het individu te beschermen tegen inbreuken in zijn privéleven en om persoonsgegevens onder voorwaarden te mogen verwerken (in het Franse recht aangeduid met "le secret de la vie privée"). In de tweede plaats als een recht dat er voor zorgt dat het individu de mogelijkheid heeft om in vrijheid te handelen (in het Franse recht aan geduid als "la liberté de la vie privée"). Privacybescherming en gegevensbescherming worden in vrijwel alle literatuur door elkaar gebruikt. Bij privacybescherming gaat het om een 'negatief' geformuleerd recht om zonder toestemming niet iemands privésfeer binnen te dringen. Bij gegevensbescherming gaat het om een 'positief' geformuleerd recht als een systeem van `checks and balances' om 'fair play' in de informatie samenleving te bevorderen. Gegevensbescherming en informationele privacy overlappen elkaar in belangrijke mate.
In dit boek gaat het primair om informationele privacy.5 De privacybescherming van persoonlijke informatie en van persoonlijke (tele)communicatie zijn steeds meer met elkaar verbonden geraakt. De oorzaak hiervan ligt in steeds intensievere koppeling van geautomatiseerde gegevensverwerking met telecommunicatie. De privacy van de persoonlijke informatie en van de persoonlijke (tele)communicatie tezamen wordt aangeduid met `informationele privacy'. De informationele privacy omvat permanente, variabele en andere persoonlijke informatie die van het individu afkomstig is. Het gaat om alle persoonsgegevens, ook als deze niet rechtstreeks uit de privésfeer afkomstig zijn. Deze vorm van privacy staat of valt met het vermogen van het individu om autonoom controle uit te oefenen over de onthulling en de verspreiding van zijn persoonsgegevens.6 Om die controle te kunnen uitoefenen gelden regels voor de verzameling, verwerking en verspreiding van persoonsgegevens. Als begrip manifesteert informele privacy zich niet eerder dan in de zeventig jaren van de vorige eeuw.7 Door de explosieve ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie krijgt het een duidelijke mondiale erkenning in de Guidelines on the Protection of Privacy and Transborder Flows of Personal Data van 23 september 1980 van de Organization for Economic Co-operation and Development (OECD), waarover in paragraaf 2.4.1 meer.